De Mededingingswet
De Mededingingswet moet eerlijke concurrentie garanderen. De wet verbiedt prijsafspraken, marktverdeling, machtsmisbruik en nog veel meer. Welke ruimte laat de wet het midden- en kleinbedrijf om afspraken te maken en samen te werken?

De Mededingingswet
‘Gij zult eerlijk concurreren’. Dat is de kern van de Mededingingswet. Doel van is een echte vrije markt te handhaven. Geen prijsafspraken, geen machtsblokken, geen schimmige deals in achterkamertjes, maar gelijke kansen voor iedereen.

De Mededingingswet geldt alleen als de Nederlandse markt in het geding is. Maar er bestaat ook Europese mededingingswetgeving. Die geldt in Nederland én in de rest van de Unie.

De Nederlandse Mededingingswet:

  • Verbiedt kartelafspraken
  • Verbiedt misbruik van een economische machtspositie
  • Stelt grenzen aan concentratie van bedrijven.

Kartelafspraken

Kartelafspraken zijn afspraken tussen ondernemingen die de concurrentie beperken. De Mededingingswet verbiedt beperkende afspraken over zaken als prijs, marktverdeling, leveringscondities, productie en afzet.

Het doet er niet toe of dit schriftelijk is vastgelegd. Ook mondelinge afspraken kunnen worden beboet: wanneer een groep kunsstofproducenten tijdens een zakenlunch overeenkomt om de productie van een bepaald nippeltje omlaag te schroeven, zodat afnemers meer moeten betalen voor de schaarse nippels die nog verkrijgbaar zijn, dan is ieder van hen in overtreding.

De wet kan zélfs worden overtreden, zonder dat er enige onderlinge afspraak is gemaakt. Daarvan is sprake wanneer ondernemingen hun marktgedrag op elkaar afstemmen. De wet spreekt dan van ‘onderling afgestemde feitelijke gedragingen’. Om bij het voorbeeld van de kunststofproducenten te blijven: wanneer één van hen de productie van het nippeltje beperkt en de prijs verhoogt, zal het niet lang duren voordat zijn concurrenten daar lucht van krijgen. In een goedfunctionerende vrije markt, springen die concurrenten onmiddellijk in het gat dat hij laat vallen. Maar wanneer ze zijn voorbeeld volgen – hun productie verlagen en zo de prijs nodeloos opdrijven – schenden ze de Mededingingswet.

De Mededingingswet richt zich zowel tegen afspraken tussen bedrijven die elkaar eigenlijk behoren te concurreren – zogenaamde horizontale afspraken – als tegen afspraken tussen bedrijven die in dezelfde keten zitten, zoals leveranciers en distributeurs. Wanneer die laatsten de koppen bij elkaar steken spreken we van verticale afspraken. Zowel horizontale als verticale afspraken zijn verboden.

Soms mogen afspraken wel

Helemaal zwart-wit is de Mededingingswet niet. Samenwerken mag namelijk wel als het de productie of distributie verbetert of de technische of economische vooruitgang bevordert. Maar hier worden wel voorwaarden aan gesteld. Namelijk:

  • Een “billijk” deel van het voordeel moet naar de gebruikers (consumenten) gaan;
  • Als er beperkingen worden opgelegd, moeten deze noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelstellingen;
  • De bedrijven mogen niet de concurrentie kunnen uitschakelen voor “een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten”;
  • Een bedrijf moet kunnen bewijzen dat aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.

De wet maakt met name een uitzondering voor afspraken tussen een beperkt aantal kleine bedrijven. Maar die uitzondering is aan voorwaarden gebonden en betekent niet dat kleine bedrijven zich niet aan de Mededingingswet hoeven te houden. Ook eenmanszaken kunnen worden vervolgd voor verboden kartelafspraken.

Borrelen moet mogen

De Mededingingswet is niet bedoeld om íedere samenwerking tussen bedrijven in de kiem te smoren. Zeker mkb-bedrijven zoeken elkaar graag op. Informeel tijdens netwerkbijeenkomsten, maar ook formeel, in branche-organisaties bijvoorbeeld. Natuurlijk gaat het dan vooral over zaken en worden dingen afgestemd en afgesproken. Daar is niets op tegen, zolang de eerlijke concurrentie maar niet in het geding komt.

Misbruik van een economische machtspositie
Een tweede economisch delict dat de Mededingingswet strafbaar stelt, is misbruik van een economische machtpositie. Daarvan is sprake wanneer een onderneming dominant is in een bepaalde markt – ze kan doen wat ze wil, onafhankelijk van haar concurrenten, leveranciers, afnemers en eindgebruikers – én ze misbruikt haar dominantie om concurrentie te (ver)hinderen.

De wet richt zich dus niet tegen economische macht zelf – die is niet verboden – maar tegen laakbaar gedrag dat uit die macht kan voortvloeien: het afknijpen van leveranciers, leveringsweigering voor bepaalde afnemers, verplichte koppelverkoop, om maar wat voorbeelden te noemen. Overigens gelden voor bedrijven met een grote economische macht wél strengere regels, die afhankelijke partijen moeten beschermen.

Het is niet heel waarschijnlijk dat een mkb-bedrijf zich zo’n economische machtspositie zal weten te verwerven, dat hij er misbruik van kan maken. Maar de Mededingingswet verbiedt ook concurrentiebelemmeringen door een ‘collectieve economische machtspositie’, oftewel een aantal bedrijven dat gezámenlijk een markt dicteert.

Concentratie van bedrijven
Over het derde punt in de Mededingingswet kunnen we kort zijn. De wet bemoeit zich pas met fusies, overnames, samenwerkingsverbanden en joint ventures als de partners in spe gezamenlijk wereldwijd een jaaromzet draaien van tenminste € 113.450.000 én tenminste twee toekomstige partners minimaal € 30 miljoen omzetten in Nederland. Fuserende mkb-bedrijven zullen dus zelden in de gevarenzone komen.

Boetes
Wie in strijd met de Mededingingswet handelt, kan een boete krijgen tot € 450.000 of, indien dat meer is, van maximaal 10% van de jaaromzet. Er zijn drie categoriën overtredingen: minder zwaar, zwaar en zeer zwaar. Valt een overtredingen in die laatste categorie, dan zal de boete een factor drie hoger zijn dan een ‘minder zware’ overtreding.

Midden- en kleinbedrijf ontzien
De Mededingingswet is bedoeld om de vrije markt te beschermen en eerlijke concurrentie, waar nodig, af te dwingen. De anti-kartelbepalingen dienen dat doel en zijn geen doel op zich. Vandaar dat de wet een uitzondering maakt voor onderlinge afspraken tussen een beperkt aantal kleine bedrijven. Het idee daarachter is dat het effect van die afspraken zo gering is dat dat de vrijemarktwerking niet zal verstoren.

Volgens deze zogenaamde bagatelbepaling geldt er een vrijstelling voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, waarbij:

  • Niet meer dan acht ondernemingen zijn betrokken;
  • Waarvan de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar niet hoger was dan:
    • € 5,5 miljoen voor ondernemingen die zich in hoofdzaak richten op levering van goederen;
    • € 1,1 miljoen in alle andere gevallen, bijvoorbeeld het leveren van diensten.

Als de partijen daadwerkelijke of mogelijke concurrenten zijn op de markten waarvoor een bepaalde overeenkomst is gesloten, geldt het volgende:

  • Het gezamenlijke relevante aandeel van de ondernemingen op de markt waarop de overeenkomst betrekking heeft, is niet groter dan 5%;
  • De gezamenlijke relevante omzet is niet hoger dan € 40 miljoen.

Berekening omzet
De netto-omzet is: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.

Als de onderneming tot een groep behoort, worden de omzetten van alle tot die groep behorende ondernemingen opgeteld. De transacties tussen de tot die groep behorende ondernemingen worden daarbij buiten beschouwing gelaten.

Verdere informatie
Meer hierover, en over andere geoorloofde afspraken, staat in de brochure Richtsnoeren Samenwerking Ondernemingen. Daarin staat ook een stroomschema, waarmee ondernemers zelf kunnen inschatten of hun specifieke afspraak of overeenkomst is toegestaan of niet.

Zoals aan het begin van dit artikel al werd vermeld, gelden in Nederland ook Europese mededingingsregels en dus ook de Europese groepsvrijstellingen.

De NMa
De uitvoering van de Mededingingswet ligt in handen van de NMA (Nederlandse Mededingingsautoriteit). Deze onderzoekt mogelijke overtredingen, beoordeelt de ernst ervan en deelt boetes uit. Beroepszaken tegen een veroordeling komen in eerste instantie ook bij de NMa terecht, pas daarna gaan ze eventueel naar een ‘gewone’ rechter.

Ondernemers – of consumenten – die vermoeden dat de Mededingingswet wordt overtreden, kunnen dat melden bij de NMa. Dat kan via een formele klacht, die alleen schriftelijk kan worden ingediend, maar de NMa houdt zich ook aanbevolen voor tips, die telefonisch of via de mail kunnen worden doorgegeven.

Zakelijke autoverzekering
Uitgebreide dekking, een uitstekende service en extra exclusieve collectieve korting via De Zaak. Benieuwd hoeveel jij kan besparen?
Help de slachtoffers en doneer
Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens.
Lees ook…
Ondernemen is niet alleen rozengeur en maneschijn. Soms ontkom je er niet aan om afscheid te nemen van werknemers. Het is belangrijk om zaken als…
Als een werknemer een fout maakt onder werktijd, ben je als werkgever bijna altijd verantwoordelijk voor de aangerichte schade die hierbij is…
Het concurrentiebeding bestaat al meer dan honderd jaar en moet werknemers beletten om onder andere over te stappen naar de concurrent. Het (laten)…