Update (23 oktober 2026): Na Prinsjesdag kwam het kabinet toch met een plan. In de Kamerbrief van 29 september 2026 kiest het voor een novelle: vanaf 2028 betaal je over aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten pas belasting over de winst als je verkoopt, plus over ontvangen dividend en rente. Vastgoed gaat ook over: dan betaal je over de huur en de winst bij verkoop. Crypto, uitgeleend geld en andere bezittingen volgen in 2030. Het heffingvrije resultaat wordt € 1.000 per persoon, het tarief blijft 36%. Voor 2027 wil het kabinet het heffingsvrije vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon. De Tweede Kamer vroeg op 6 oktober om kleine spaarders te ontzien, dus dat bedrag staat nog niet vast. De novelle gaat uiterlijk 2 november naar de Tweede Kamer, die op 12 november stemt. De Eerste Kamer behandelt het op 7 en 8 december 2026 (onder voorbehoud). Het is dus nog geen wet. 1 januari 2028 blijft de streefdatum.
Update (Prinsjesdag, 15 september 2026): De verwachte novelle bij de Wet werkelijk rendement box 3 is er níét gekomen. Het kabinet heeft geen enkele box 3-maatregel in het Belastingplan 2027 opgenomen. Het schrijft dat het nog niet lukt om tot een voorstel te komen dat op breed draagvlak in de Tweede en Eerste Kamer kan rekenen, en wil daarover eerst verder in gesprek. De eerder aangekondigde aanpassingen, een tarief van 35% (in plaats van 36%), een heffingvrij resultaat van € 1.900, achterwaartse verliesverrekening van één jaar en enkele doorschuifregelingen, zijn dus níét in wetgeving vastgelegd. Tot er een nieuw stelsel is, blijft het huidige forfaitaire box 3-stelsel van kracht, ook in 2027.
Belasting betalen over werkelijk rendement in box 3
Het kabinet wil in box 3 van de inkomstenbelasting (o.a. spaartegoeden, aandelen, onroerende zaken, schulden) af van het fictief rendement in het huidige stelsel. In plaats daarvan is ervoor gekozen om over te stappen naar belasting over het werkelijk rendement. Dat staat in het voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3.
In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het in februari aannam, betekent het nieuwe systeem voor de meeste vermogensbestanddelen een zogeheten vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dan jaarlijks belasting over:
- ontvangen rente en dividend (direct rendement)
- én over waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen (indirect rendement)
Dat laatste punt zorgt voor onrust. Want die waardestijging is vaak nog niet gerealiseerd. Je hebt de winst op papier, maar nog geen geld op je rekening.
Belasting over ‘papieren winst’ op gehele vermogen
Stel: je beleggingsportefeuille stijgt in een jaar met € 50.000. Volgens het voorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, betaal je daar belasting over, ook als je niets verkoopt. Met de novelle van het kabinet betaal je over koerswinst op aandelen pas als je verkoopt.
Critici vrezen dat beleggers hierdoor gedwongen worden om beleggingen te verkopen om de belastingaanslag te kunnen betalen. Dat raakt vooral ondernemers die privévermogen aanhouden als pensioenvoorziening of buffer.
Ontbreken van verrekening verlies
Een tweede pijnpunt is het ontbreken van een achterwaartse verliesverrekening. Maak je in een later jaar verlies, dan kun je dat niet compenseren met eerdere belaste winsten. Dat voelt onevenwichtig, zeker bij volatiele beleggingen.
De Raad van State uitte al eerder bezwaren tegen het wetsvoorstel en adviseert om de vormgeving van box 3 opnieuw te bezien.
Staatssecretaris past wetsvoorstel aan
Aangekondigde aanpassingen, maar (nog) geen wettekst
Staatssecretaris Eerenberg had een wijzigingsvoorstel (een novelle) aangekondigd om een deel van de kritiek weg te nemen. Verwacht werden onder meer:
- een achterwaartse verliesverrekening van één jaar (bijvoorbeeld bij overlijden of emigratie)
- een verlaging van het tarief van 36% naar 35%
- een verhoging van het heffingvrije resultaat naar € 1.900
- doorschuifregelingen bij huwelijk en echtscheiding, en een ruimere vrijstelling voor NSW-landgoederen
Op Prinsjesdag 2026 is deze novelle echter níét ingediend. Deze punten zijn dus wel aangekondigd, maar nog niet in wetgeving vastgelegd.
In de Kamerbrief van 29 september staat een ander plan. Het heffingvrije resultaat wordt € 1.000 per persoon in plaats van € 1.900, en het tarief blijft 36%. Voor landgoederen onder de Natuurschoonwet wil het kabinet een regeling. Over verliesverrekening en doorschuifregelingen zegt de brief niets. Dat moet blijken uit de novelle.
Net als in andere landen een vermogenswinstbelasting?
Daarnaast klinkt steeds vaker de roep om een andere systematiek: een vermogenswinstbelasting. Daarbij betaal je pas belasting als je daadwerkelijk verkoopt en de winst realiseert. Dat systeem sluit beter aan bij het moment waarop je liquiditeit ontvangt. In veel andere landen is dit al de standaard.
Het ministerie heeft echter aangegeven dat een volledige overstap naar vermogenswinstbelasting voor alle beleggingen vóór 2028 niet uitvoerbaar is. De administratieve en technische impact is groot.
Daarom kiest het kabinet voor een tussenweg. Vanaf 2028 geldt een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, en voor vastgoed. Crypto, uitgeleend geld en andere bezittingen worden tot 2030 nog elk jaar belast over opbrengst en waardestijging. Vanaf 2030 betaal je ook daarover pas bij verkoop.
Tweede Kamer akkoord, Eerste Kamer stelt stemming uit
Box 3, van Kerstarrest naar een nieuw stelsel
Sinds eind 2021 ligt de heffing over vermogen bij de rechter en op de tekentafel tegelijk. Dit is de stand van dat dossier.
Kerstarrest: heffen over rendement dat niemand haalde mag niet
De Hoge Raad oordeelt dat de box 3-heffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: spaarders werden belast over een rendement dat zij niet haalden.
Wet rechtsherstel en Overbruggingswet treden in werking
Sindsdien rekent box 3 met drie categorieën — spaargeld, overige bezittingen en schulden — elk met een eigen forfait. Bedoeld als tussenstap tot het nieuwe stelsel er is.
Hoge Raad: ook het herstel schiet tekort
Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan is de heffing nog steeds in strijd met het EVRM. Dat geldt voor de Wet rechtsherstel én de Overbruggingswet.
Nieuw stelsel uitgesteld naar 2028
Het kabinet laat weten dat belasting over werkelijk rendement niet per 2027 haalbaar is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2028.
Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking
Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait, dan betaal je over dat lagere bedrag. De Eerste Kamer stemde er op 8 juli 2025 mee in.
Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan
In de wet zoals de Tweede Kamer die aannam, is de hoofdregel belasting over de vermogensaanwas; voor onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting bij verkoop. Het kabinet wil dat met een novelle aanpassen.
Hoge Raad: geen herstel zonder bezwaar over 2017 tot en met 2020
Wie over die jaren geen bezwaar maakte, krijgt niets terug. De tegenbewijsregeling blijft wel open voor de jaren daarna.
Eerste Kamer debatteert, stemming uitgesteld
De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel plenair, maar stelt de stemming uit tot de aangekondigde novelles zijn behandeld. Het voorstel is dus nog geen wet.
Kabinet kiest voor belasting op vermogenswinst
Met een novelle wil het kabinet per 2028 de echte winst op aandelen en obligaties belasten. Voor 2027 stelt het een lager heffingsvrij vermogen (€ 30.846) en een hoger forfait voor beleggingen voor.
Tweede Kamer: ontzie kleine spaarders
De Kamer neemt moties aan voor een andere dekking die niet bij kleine spaarders terechtkomt. Het kabinet zegt het plan daarop aan te passen, dus het lagere heffingsvrije vermogen is niet zeker.
Advies Raad van State openbaar: novelle niet indienen
In het advies van 28 oktober raadt de Raad van State aan de box 3-wet in te trekken en pas in 2030 in één keer over te gaan op een nieuw stelsel. Dan blijft het huidige stelsel met tegenbewijs ook in 2028 en 2029 bestaan.
Raad van State, advies Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3
Uitkomst wordt gecontroleerd
Aangepast plan naar de Tweede Kamer
Uiterlijk deze dag stuurt het kabinet de novelle naar de Kamer, met de aangepaste dekking. Pas dan staan de voorstellen voor 2027 en 2028 definitief op papier.
Gepland
Tweede Kamer behandelt het Belastingplan 2027
Eerste termijn van de Kamer over het pakket Belastingplan 2027. De novelle op de box 3-wet bespreekt de Kamer apart, op 9 november.
Tweede Kamer, plenair debat Pakket Belastingplan 2027 (1e TK)
Gepland
Tweede Kamer behandelt de novelle
De commissie Financiën behandelt de novelle met de plannen voor box 2 en box 3 in een wetgevingsoverleg. De Kamer gaat ervan uit dat het kabinet de novelle op 2 november stuurt.
Tweede Kamer, wetgevingsoverleg Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3
Verwacht
Tweede Kamer behandelt het Belastingplan 2027 verder
Het kabinet antwoordt en de Kamer houdt haar tweede termijn. De Kamer plant dit in de week van 9 november; de commissie Financiën ging uit van dinsdag 10 november.
Tweede Kamer, plenair debat Pakket Belastingplan 2027 (voortzetting)
Gepland
Tweede Kamer stemt over de novelle en het Belastingplan 2027
De eerste beslissende stemming. Neemt de Kamer de novelle aan, dan gaat die door naar de Eerste Kamer.
Tweede Kamer, besluitenlijst commissie Financiën, 29 oktober 2026
Verwacht
Eerste Kamer behandelt het Belastingplan 2027
Gepland op 7 en 8 december, onder voorbehoud. Het kabinet wil dat de Eerste Kamer de novelle vóór 31 december aanneemt.
Verwacht
Beoogd: belasting op de winst van aandelen en obligaties
Het kabinet wil dan belasten over de winst bij verkoop van financiële instrumenten, met € 1.000 heffingsvrij resultaat. Vastgoed ook: belasting over huur en winst bij verkoop. Op spaargeld betaal je over de echte rente. Crypto en andere bezittingen volgen in 2030.
Alles vanaf 2027 is een voorstel: de Wet werkelijk rendement en de novelle moeten nog door de Eerste Kamer. Reken je vermogen voor 2026 met de forfaits van de Overbruggingswet.
De tijdlijn houdt het wetgevingsproces en de actuele planning richting het nieuwe box 3-stelsel bij.
Bron: Rijksoverheid, tijdlijn rechtsherstel box 3. Gecontroleerd op 2 november 2026.
De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met de Wet werkelijk rendement box 3. In de Eerste Kamer liep het anders: die stelde de stemming op 30 juni 2026 uit, in afwachting van de aangekondigde wijzigingen.
Op Prinsjesdag 2026 bleef die novelle echter uit. Het kabinet nam geen box 3-maatregel op in het Belastingplan 2027 en wilde eerst verder in gesprek met beide Kamers. Op 29 september volgde de Kamerbrief met het nieuwe plan. De novelle gaat uiterlijk 2 november 2026 naar de Tweede Kamer, die er op 12 november over stemt. De Eerste Kamer behandelt het op 7 en 8 december 2026 (onder voorbehoud). Het kabinet wil dat de Eerste Kamer de novelle vóór 31 december aanneemt, zodat 1 januari 2028 haalbaar blijft. In de senaat leven bovendien stevige vragen over onder meer:
- de praktische uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst
- de administratieve lasten voor belastingplichtigen
- de rechtszekerheid en overgangsregels
Tussenstap op de weg naar het nieuwe stelsel
Het voorstel werd al gezien als een tussenstap. In de coalitieplannen staat namelijk dat uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Met de novelle wil het kabinet die stap sneller zetten: grotendeels in 2028 en volledig in 2030.
Premier Rob Jetten wil die tussenstap zo snel mogelijk nemen: ‘Het niet doorgaan van dit wetsvoorstel betekent dat we in het voortdurende issue zitten van een niet-werkend systeem dat ook de overheid ontzettend veel geld kost. Dus er is echt belang om tot een wet te komen die ook de Eerste Kamer in meerderheid kan aannemen,’ zo zei hij in zijn eerste persconferentie als premier.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
Heb je vermogen in box 3 – bijvoorbeeld uit beleggen, een tweede woning, spaargeld boven de vrijstelling of overige bezittingen – dan kunnen de keuzes die nu worden gemaakt direct invloed hebben op je belastingdruk én je liquiditeit. Het blijft voorlopig onzeker hoe de heffing er vanaf 2028 precies uitziet. Zeker als je een groter beleggingsvermogen hebt of sterk fluctuerende rendementen, kan de uiteindelijke systematiek grote impact hebben op je liquiditeit.
Vooral ondernemers die privévermogen gebruiken als:
- pensioenvoorziening
- buffer voor tegenvallers
- en geld voor toekomstige investeringen
doen er goed aan om vooruit te kijken en na te gaan hoe gevoelig je portefeuille is voor belasting over ongerealiseerde waardestijgingen. Volgens het plan speelt dat vanaf 2028 vooral nog bij crypto en andere bezittingen, tot 2030.
Ook 2027 kan je meer kosten. Het kabinet wil het heffingsvrije vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon (in 2026 is het € 59.357) en het forfait voor beleggingen, vastgoed en uitgeleend geld met 1,5 procentpunt verhogen, van 6,37% naar 7,87%. Heb je als alleenstaande € 100.000 aan beleggingen, dan betaal je in 2026 (€ 100.000 – € 59.357) × 6,00% × 36% = € 878. Met het plan wordt dat in 2027 (€ 100.000 – € 30.846) × 7,87% × 36% = € 1.959. De Tweede Kamer nam op 6 oktober moties aan om kleine spaarders te ontzien. Het kabinet past het plan daarop aan, dus € 30.846 staat nog niet vast.
De eigen woning blijft in box 1
Wel is duidelijk dat de eigen woning niet belast wordt in de nieuwe box 3; deze blijft onder box 1 van de inkomstenbelasting vallen.
Blijf niet afwachten
De precieze invulling van het stelsel en de invoering per 2028 zijn dus nog niet definitief. Maar stilzitten is geen optie. Breng je box 3-vermogen in kaart. Kijk hoe gevoelig je portefeuille is voor waardeschommelingen. En bespreek met je adviseur of je huidige vermogensstructuur nog past bij je plannen.
Zodra er na de stemming van 12 november meer duidelijkheid is over de aanpassingen, zetten we de gevolgen concreet voor je op een rij. Zo houd je grip op je privévermogen – en zorg je dat je zaak ook fiscaal op orde blijft.





