Belasting betalen over werkelijk rendement in box 3

Het kabinet wil in box 3 van de inkomstenbelasting (o.a. spaartegoeden, aandelen, onroerende zaken, schulden) af van het fictief rendement in het huidige stelsel. In plaats daarvan is ervoor gekozen om over te stappen naar belasting over het werkelijk rendement. Dat staat in het voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3.

Voor de meeste vermogensbestanddelen betekent het nieuwe systeem een zogeheten vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dan jaarlijks belasting over:

  • ontvangen rente en dividend (direct rendement)
  • én over waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen (indirect rendement)


Dat laatste punt zorgt voor onrust. Want die waardestijging is vaak nog niet gerealiseerd. Je hebt de winst op papier, maar nog geen geld op je rekening.

Belasting over ‘papieren winst’ op gehele vermogen

Stel: je beleggingsportefeuille stijgt in een jaar met € 50.000. Volgens het voorstel betaal je daar belasting over, ook als je niets verkoopt.

Critici vrezen dat beleggers hierdoor gedwongen worden om beleggingen te verkopen om de belastingaanslag te kunnen betalen. Dat raakt vooral ondernemers die privévermogen aanhouden als pensioenvoorziening of buffer.

Ontbreken van verrekening verlies

Een tweede pijnpunt is het ontbreken van een achterwaartse verliesverrekening. Maak je in een later jaar verlies, dan kun je dat niet compenseren met eerdere belaste winsten. Dat voelt onevenwichtig, zeker bij volatiele beleggingen.

De Raad van State uitte al eerder bezwaren tegen het wetsvoorstel en adviseert om de vormgeving van box 3 opnieuw te bezien.

Staatssecretaris past wetsvoorstel aan

De aanpassingen zijn inmiddels concreter geworden. Staatssecretaris Eerenberg werkt aan een wijzigingsvoorstel (een novelle) dat op Prinsjesdag 2026 wordt gepresenteerd. Daarin worden onder meer verwacht:

  • een achterwaartse verliesverrekening van één jaar (bijvoorbeeld bij overlijden of emigratie)
  • een verlaging van het tarief van 36% naar 35%
  • een verhoging van het heffingvrije resultaat naar € 1.900
  • doorschuifregelingen bij huwelijk en echtscheiding, en een ruimere vrijstelling voor NSW-landgoederen


Hiermee komt de staatssecretaris tegemoet aan een deel van de kritiek, met name op het ontbreken van verliesverrekening.

Net als in andere landen een vermogenswinstbelasting?

Daarnaast klinkt steeds vaker de roep om een andere systematiek: een vermogenswinstbelasting. Daarbij betaal je pas belasting als je daadwerkelijk verkoopt en de winst realiseert. Dat systeem sluit beter aan bij het moment waarop je liquiditeit ontvangt. In veel andere landen is dit al de standaard.

Het ministerie heeft echter aangegeven dat een volledige overstap naar vermogenswinstbelasting voor alle beleggingen vóór 2028 niet uitvoerbaar is. De administratieve en technische impact is groot.

Tweede Kamer akkoord, Eerste Kamer stelt stemming uit

Box 3, van Kerstarrest naar werkelijk rendement

Sinds eind 2021 ligt de heffing over vermogen bij de rechter en op de tekentafel tegelijk. Dit is de stand van dat dossier.

  1. Kerstarrest: heffen over rendement dat niemand haalde mag niet

    De Hoge Raad oordeelt dat de box 3-heffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: spaarders werden belast over een rendement dat zij niet haalden.

  2. Wet rechtsherstel en Overbruggingswet treden in werking

    Sindsdien rekent box 3 met drie categorieën — spaargeld, overige bezittingen en schulden — elk met een eigen forfait. Bedoeld als tussenstap tot het nieuwe stelsel er is.

  3. Hoge Raad: ook het herstel schiet tekort

    Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan is de heffing nog steeds in strijd met het EVRM. Dat geldt voor de Wet rechtsherstel én de Overbruggingswet.

  4. Nieuw stelsel uitgesteld naar 2028

    Het kabinet laat weten dat belasting over werkelijk rendement niet per 2027 haalbaar is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2028.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  5. Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking

    Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait, dan betaal je over dat lagere bedrag. De Eerste Kamer stemde er op 8 juli 2025 mee in.

  6. Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan

    Het nieuwe stelsel belast als hoofdregel de vermogensaanwas; voor onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting bij verkoop.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  7. Hoge Raad: geen herstel zonder bezwaar over 2017 tot en met 2020

    Wie over die jaren geen bezwaar maakte, krijgt niets terug. De tegenbewijsregeling blijft wel open voor de jaren daarna.

  8. Eerste Kamer debatteert, stemming uitgesteld

    De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel plenair, maar stelt de stemming uit tot de aangekondigde novelles zijn behandeld. Het voorstel is dus nog geen wet.

    Eerste Kamer, wetsvoorstel 36748

  9. Gepland

    Beoogde invoering: belasting over je werkelijke rendement

    Vanaf dat moment tellen je echte inkomsten en waardeontwikkeling, en zijn kosten aftrekbaar. Tot die tijd blijven de forfaits van de Overbruggingswet gelden.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

De invoerdatum van 1 januari 2028 is een streefdatum: de Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel nog niet aangenomen. Reken je vermogen voor 2026 en 2027 dus nog met de forfaits van de Overbruggingswet.

De tijdlijn houdt het wetgevingsproces en de actuele planning richting het nieuwe box 3-stelsel bij.

Bron: Rijksoverheid, tijdlijn rechtsherstel box 3. Gecontroleerd op 2 september 2026.

De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met de Wet werkelijk rendement box 3. In de Eerste Kamer liep het anders: die stelde de stemming op 30 juni 2026 uit. De staatssecretaris vroeg de senaat om het voorstel nog niet af te ronden, zodat de aangekondigde wijzigingen eerst kunnen worden meegewogen.

Die wijzigingen komen via een novelle op Prinsjesdag 2026. Die gaat eerst opnieuw langs de Tweede Kamer; daarna behandelt de Eerste Kamer het aangepaste voorstel, naar verwachting begin 2027. In de senaat leven stevige vragen over onder meer:

  • de praktische uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst
  • de administratieve lasten voor belastingplichtigen
  • de rechtszekerheid en overgangsregels


Door dit uitstel staat de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028 onder druk.

Tussenstap op de weg naar het nieuwe stelsel

Het voorstel werd al gezien als een tussenstap. In de coalitieplannen staat namelijk dat uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat het huidige voorstel mogelijk niet het eindstation is, maar een fase in een bredere hervorming van box 3.

De nieuwe premier Rob Jetten wil die tussenstap zo snel mogelijk nemen: ‘Het niet doorgaan van dit wetsvoorstel betekent dat we in het voortdurende issue zitten van een niet-werkend systeem dat ook de overheid ontzettend veel geld kost. Dus er is echt belang om tot een wet te komen die ook de Eerste Kamer in meerderheid kan aannemen,’ zo zei hij in zijn eerste persconferentie als premier.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Belasting over je vermogen

2026

Wat je in box 3 betaalt over spaargeld, beleggingen en schulden.

Ook een tweede woning, een verhuurd pand of crypto.

Alleen het deel boven € 3.800 telt mee, of € 7.600 met een fiscale partner.

Fiscale partner
Box 3-belasting

€ 623

Over € 60.643 boven de vrijstelling, tegen 36%

Rendementsgrondslag€ 120.000
Gemiddeld rendementspercentage2,85%
Belastbaar voordeel€ 1.730

Rekent met de forfaitaire rendementen van 2026. Is je werkelijke rendement lager, dan mag je dat doorgeven en betaal je minder. Geen fiscaal advies.

Rekenen gebeurt in je browser; wat je invult versturen we niet. Deze rekentool op een eigen pagina

Heb je vermogen in box 3 – bijvoorbeeld uit beleggen, een tweede woning, spaargeld boven de vrijstelling of overige bezittingen – dan kunnen de keuzes die nu worden gemaakt direct invloed hebben op je belastingdruk én je liquiditeit. Het blijft voorlopig onzeker hoe de heffing er vanaf 2028 precies uitziet. Zeker als je een groter beleggingsvermogen hebt of sterk fluctuerende rendementen, kan de uiteindelijke systematiek grote impact hebben op je liquiditeit.

Vooral ondernemers die privévermogen gebruiken als:

  • pensioenvoorziening
  • buffer voor tegenvallers
  • en geld voor toekomstige investeringen


doen er goed aan om vooruit te kijken en na te gaan hoe gevoelig je portefeuille is voor belasting over ongerealiseerde waardestijgingen.

De eigen woning blijft in box 1

Wel is duidelijk dat de eigen woning niet belast wordt in de nieuwe box 3; deze blijft onder box 1 van de inkomstenbelasting vallen.

Blijf niet afwachten

De precieze invulling van het stelsel en de invoering per 2028 zijn dus nog niet definitief. Maar stilzitten is geen optie. Breng je box 3-vermogen in kaart. Kijk hoe gevoelig je portefeuille is voor waardeschommelingen. En bespreek met je adviseur of je huidige vermogensstructuur nog past bij je plannen.

Zodra er meer duidelijkheid is over de aanpassingen, zetten we de gevolgen concreet voor je op een rij. Zo houd je grip op je privévermogen – en zorg je dat je zaak ook fiscaal op orde blijft.