Wat is box 3-belasting en wat gaat er veranderen?

Box 3, van Kerstarrest naar een nieuw stelsel

Sinds eind 2021 ligt de heffing over vermogen bij de rechter en op de tekentafel tegelijk. Dit is de stand van dat dossier.

  1. Kerstarrest: heffen over rendement dat niemand haalde mag niet

    De Hoge Raad oordeelt dat de box 3-heffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: spaarders werden belast over een rendement dat zij niet haalden.

  2. Wet rechtsherstel en Overbruggingswet treden in werking

    Sindsdien rekent box 3 met drie categorieën — spaargeld, overige bezittingen en schulden — elk met een eigen forfait. Bedoeld als tussenstap tot het nieuwe stelsel er is.

  3. Hoge Raad: ook het herstel schiet tekort

    Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan is de heffing nog steeds in strijd met het EVRM. Dat geldt voor de Wet rechtsherstel én de Overbruggingswet.

  4. Nieuw stelsel uitgesteld naar 2028

    Het kabinet laat weten dat belasting over werkelijk rendement niet per 2027 haalbaar is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2028.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  5. Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking

    Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait, dan betaal je over dat lagere bedrag. De Eerste Kamer stemde er op 8 juli 2025 mee in.

  6. Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan

    In de wet zoals de Tweede Kamer die aannam, is de hoofdregel belasting over de vermogensaanwas; voor onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting bij verkoop. Het kabinet wil dat met een novelle aanpassen.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  7. Hoge Raad: geen herstel zonder bezwaar over 2017 tot en met 2020

    Wie over die jaren geen bezwaar maakte, krijgt niets terug. De tegenbewijsregeling blijft wel open voor de jaren daarna.

  8. Eerste Kamer debatteert, stemming uitgesteld

    De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel plenair, maar stelt de stemming uit tot de aangekondigde novelles zijn behandeld. Het voorstel is dus nog geen wet.

    Eerste Kamer, wetsvoorstel 36748

  9. Kabinet kiest voor belasting op vermogenswinst

    Met een novelle wil het kabinet per 2028 de echte winst op aandelen en obligaties belasten. Voor 2027 stelt het een lager heffingsvrij vermogen (€ 30.846) en een hoger forfait voor beleggingen voor.

    Kamerbrief over box 3, 29 september 2026

  10. Tweede Kamer: ontzie kleine spaarders

    De Kamer neemt moties aan voor een andere dekking die niet bij kleine spaarders terechtkomt. Het kabinet zegt het plan daarop aan te passen, dus het lagere heffingsvrije vermogen is niet zeker.

    Tweede Kamer, motie Stultiens/Dassen (37020 IX, nr. 9)

  11. Advies Raad van State openbaar: novelle niet indienen

    In het advies van 28 oktober raadt de Raad van State aan de box 3-wet in te trekken en pas in 2030 in één keer over te gaan op een nieuw stelsel. Dan blijft het huidige stelsel met tegenbewijs ook in 2028 en 2029 bestaan.

    Raad van State, advies Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3

  12. Novelle naar de Tweede Kamer

    Het kabinet heeft het aangepaste voorstel voor box 2 en box 3 ingediend. De Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen.

    Tweede Kamer, ingediende novelle (37 053)

  13. Uitkomst wordt gecontroleerd

    Tweede Kamer behandelt het Belastingplan 2027

    Eerste termijn van de Kamer over het pakket Belastingplan 2027. De novelle op de box 3-wet bespreekt de Kamer apart, op 9 november.

    Tweede Kamer, plenair debat Pakket Belastingplan 2027 (1e TK)

  14. Vandaag gepland

    Schriftelijke vragen over de novelle

    Fracties kunnen tot 14.00 uur schriftelijke vragen indienen. De commissie vraagt het kabinet om uiterlijk 9 november om 10.00 uur te antwoorden.

    Tweede Kamer, besluitenlijst commissie Financiën van 3 november 2026

  15. Gepland

    Tweede Kamer behandelt de novelle

    De commissie Financiën bespreekt de voorstellen voor box 2 en box 3 van 16.00 tot 23.00 uur.

    Tweede Kamer, besluitenlijst commissie Financiën van 3 november 2026

  16. Verwacht

    Tweede Kamer behandelt het Belastingplan 2027 verder

    Het kabinet antwoordt en de Kamer houdt haar tweede termijn. De Kamer plant dit in de week van 9 november; de commissie Financiën ging uit van dinsdag 10 november.

    Tweede Kamer, plenair debat Pakket Belastingplan 2027 (voortzetting)

  17. Gepland

    Tweede Kamer stemt over de novelle en het Belastingplan 2027

    De eerste beslissende stemming. Neemt de Kamer de novelle aan, dan gaat die door naar de Eerste Kamer.

    Tweede Kamer, besluitenlijst commissie Financiën van 3 november 2026

  18. Verwacht

    Eerste Kamer behandelt het Belastingplan 2027

    Gepland op 7 en 8 december, onder voorbehoud. Het kabinet wil dat de Eerste Kamer de novelle vóór 31 december aanneemt.

    Eerste Kamer, plenaire vergadering 7 december 2026

  19. Verwacht

    Beoogde start nieuw box 3-stelsel

    Het voorstel belast de winst op aandelen en obligaties bij verkoop. Voor spaargeld telt de ontvangen rente. Het kabinet houdt 2028 alleen open als een eerdere invoering uitvoerbaar blijkt.

    Aanbiedingsbrief van 3 november 2026

De novelle moet nog door beide Kamers. Het kabinet gaat voor 2027 en 2028 uit van het forfaitaire stelsel met tegenbewijs.

Bron: Rijksoverheid, tijdlijn rechtsherstel box 3. Gecontroleerd op 4 november 2026.

Ook je privévermogen telt als ondernemer mee voor belastingen. Dat valt in Nederland onder box 3: inkomen uit sparen en beleggen. Box 3-belasting voor ondernemers: wanneer betaal je en hoeveel?
Er wordt al jaren gewerkt aan een nieuw stelsel voor box 3, waardoor op een andere manier belast wordt. Dit moet in 2028 ingaan, maar het heeft nogal wat voeten in de aarde.

Lees meer:
Nieuw box 3-stelsel wankelt: wat kun je verwachten richting 2028?
Belasting op vermogen verandert: wat betekent dat voor ondernemers?

Van vermogensaanwas naar vermogenswinst

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 gaat uit van belasting over het werkelijke rendement (vermogensaanwas). Maar voor vastgoed in box 3 geldt een uitzondering.
Voor onroerende zaken komt er een vermogenswinstbelasting:

  • Indirect rendement (waardestijging) wordt pas belast bij verkoop.
  • Direct rendement (huur of pacht) wordt jaarlijks belast.


Dat betekent: geen jaarlijkse heffing over papieren waardestijgingen, maar afrekening bij verkoop.

Direct rendement onroerende zaken: drie situaties

Voor het jaarlijkse rendement maakt het voorstel onderscheid tussen drie categorieën.

1. Minstens 90 procent verhuurd

Verhuur je het pand vrijwel het hele jaar? Dan geldt:

  • Belast: ontvangen huur of pacht
  • Aftrekbaar: onderhoudskosten, periodieke kosten en rente
  • Verbeteringskosten: verrekenen bij verkoop met de winst


2. Niet verhuurd

Gebruik je het pand niet voor verhuur? Dan geldt een vastgoedbijtelling. Die bedraagt in het voorstel 3,35 procent van de WOZ-waarde.

  • Belast: 3,35 procent van de WOZ-waarde
  • Aftrekbaar: onderhoud en periodieke kosten
  • Verbeteringskosten: verrekenen bij verkoop


3. Gemengd gebruik (minder dan 90 procent verhuurd)

Dan wordt gekeken wat hoger is:

  • de werkelijke huurinkomsten, of
  • de vastgoedbijtelling van 3,35 procent.


Het hoogste bedrag wordt belast.

Let op! Tweede Kamer akkoord met voorstel wet werkelijk rendement, stemming Eerste Kamer uitgesteld

Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer behandelde het voorstel plenair op 30 juni 2026, maar heeft de eindstemming uitgesteld tot de behandeling van een aangekondigde novelle (een aanvullend wetsvoorstel). Het kabinet stuurt die novelle uiterlijk 2 november 2026 naar de Tweede Kamer, die op 12 november 2026 stemt. De Eerste Kamer behandelt het op 7 en 8 december 2026 (onder voorbehoud). Met die novelle wil het kabinet de vermogenswinstbelasting per 2028 ook laten gelden voor financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties. Vastgoed is dan niet meer de enige uitzondering. Tijdens het debat dienden meerdere fracties moties in die vragen om het huidige voorstel (deels) te vervangen door een wet die volledig op vermogenswinstbelasting is gebaseerd, in plaats van alleen voor vastgoed. Minister Heinen van Financiën gaat sowieso nog verbeteringen aanbrengen in het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3, na de vele kritische geluiden uit de praktijk; een van die verbeteringen kan de invoering van een achterwaartse verliesverrekening zijn, waar de Tweede Kamer ook om heeft gevraagd. Door het uitstel staat de beoogde ingangsdatum van 2028 nu nog wat onzekerder dan eerder gedacht. Ook de vastgoedbijtelling is nog niet definitief.

Huidige systeem werkelijk rendement nu: hoe zit het (tijdelijk) in elkaar?

Het huidige box 3-stelsel is eigenlijk een tussenfase. Onder het huidige overgangsregime heb je de keuze tussen forfaitair rendement hanteren of werkelijk rendement aangeven; de uitkomst kan sterk verschillen:

  • In het forfaitaire systeem betaal je mogelijk aanzienlijk minder.
  • Bij het werkelijk rendement zijn kosten niet aftrekbaar en geldt er, in tegenstelling tot bij de forfaitaire berekening, géén heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst kijkt dan dus naar het rendement op je totale box 3-vermogen, zonder vrijstelling voor een eerste deel van dat vermogen.


Voor vastgoedbeleggers in box 3 wordt het dus belangrijk om vooruit te rekenen: wat betekent aanhouden of verkopen voor je cashflow?

Wat is ‘werkelijk rendement’ in box 3?

Werkelijk rendement betekent: wat je écht hebt verdiend met je vermogen in een jaar.

Dat bestaat uit:

  • Direct rendement
    Bijvoorbeeld rente, dividend of huurinkomsten
  • Indirect rendement
    Waardestijging van beleggingen of vastgoed (ook als je nog niet verkoopt)


Belangrijk verschil met het toekomstige stelsel: nu telt ook ongerealiseerde waardestijging mee. Straks (bij vastgoed) pas bij verkoop.

Wanneer geldt het werkelijk rendement?

Je komt in de tussenfase in aanmerking voor heffing op basis van werkelijk rendement als:

  • jouw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, en
  • je dit aannemelijk kunt maken.


Je moet dit zelf onderbouwen. De Belastingdienst corrigeert dit niet automatisch voor je. In de aangifte wordt wel het voordeligste alternatief automatisch meegenomen.

Wat telt wel en niet mee?

Dit is cruciaal, zeker voor vastgoed.

Wél meegenomen

  • Ontvangen huur of rente
  • Waardestijging van vastgoed of beleggingen
  • Dividend


Níet aftrekbaar (belangrijk verschil!)

  • Onderhoudskosten
  • Beheerkosten


Betaalde rente op een schuld in box 3 mag je volgens de Belastingdienst wel aftrekken. Toch maakt het niet aftrekken van kosten het huidige ‘werkelijke rendement’ in de praktijk vaak minder gunstig dan het klinkt.

Rekenvoorbeeld huidig systeem (forfaitair of werkelijk rendement)

Belasting over je vermogen

2026

Wat je in box 3 betaalt over spaargeld, beleggingen, uitgeleend geld en schulden, nu en in 2027.

€
€

Ook een tweede woning, een verhuurd pand of crypto.

€

Een familiehypotheek of een lening aan een familielid, vriend of zakenrelatie. Telt als overige bezitting, tegen het hoge forfait. Een lening aan je eigen bv valt in box 1 en hoort hier niet.

€

Alleen het deel boven € 3.800 telt mee, of € 7.600 met een fiscale partner.

Fiscale partner
Jaar

De raming voor 2027 gebruikt 6,37% voor overige bezittingen en de vrijstelling na de voorgestelde indexatie.

Box 3-belasting

€ 623

Over € 60.643 boven de vrijstelling, tegen 36%

Rendementsgrondslag€ 120.000
Gemiddeld rendementspercentage2,85%
Belastbaar voordeel€ 1.730
In 2026€ 623
In 2027 (voorstel)€ 640
Verschil per jaar+ € 17

Voor 2027 schat de tool de vrijstelling op € 60.280 per persoon. Voor banktegoeden, schulden en de schuldendrempel rekent hij met de cijfers van 2026. Is je werkelijke rendement lager, dan mag je dat doorgeven en betaal je minder. Geen fiscaal advies.

Rekenen gebeurt in je browser; wat je invult versturen we niet. Deze rekentool op een eigen pagina

Forfaitair rendement

In het huidige box 3-stelsel rekent de Belastingdienst met een forfaitair rendement voor beleggingen, bijvoorbeeld 6 procent, en een heffingsvrij vermogen van € 60.000.

  • Vermogen: € 400.000 – € 60.000
  • Forfaitair rendement (6 procent): € 20.400


Belasting (36 procent): € 20.400 × 36 procent = € 7.344 belasting

Voor 2027 stelt het kabinet voor om het forfait voor overige bezittingen, waaronder vastgoed, met 1,5 procentpunt te verhogen (Kamerbrief van 29 september 2026). Dat is nog een voorstel. Gaat het door, dan betaal je over hetzelfde pand in 2027 meer belasting dan in dit voorbeeld.

Werkelijk rendement

  • Pandwaarde begin jaar: € 1.000.000
  • Waardestijging: 5 procent → € 50.000
  • Huur: € 80.000
  • Kosten (onderhoud): € 40.000
  • Geen heffingsvrij vermogen


Berekening huidige regels: huur € 80.000 + waardestijging € 50.000 = totaal rendement € 130.000. Kosten zijn niet aftrekbaar, dus blijven buiten beschouwing. Belasting (36 procent over € 130.000): € 46.800

Rekenvoorbeeld: (vanaf 2028)

Stel dat je een verhuurde woning van € 400.000 hebt in box 3. De woning levert € 18.000 aan werkelijke huurinkomsten per jaar op. Onderhoud en andere kosten bedragen € 5.000.

  • Werkelijk rendement: € 18.000 – € 5.000 = € 13.000, heffingsvrij resultaat € 1.000 (voorstel). Belast: € 13.000 – € 1.000 = € 12.000.
  • Belasting (36 procent): € 12.000 × 36 procent = € 4.320 belasting

Het heffingsvrije resultaat van € 1.000 is een voorstel van het kabinet (Kamerbrief van 29 september 2026). In het wetsvoorstel staat nu € 1.800. De Tweede Kamer heeft op 6 oktober 2026 gevraagd om een hoger bedrag dan € 1.000. Blijft het € 1.800, dan is € 13.000 – € 1.800 = € 11.200 belast en betaal je € 11.200 × 36 procent = € 4.032 belasting.


Wat kun je nú doen?

Heb je vastgoed in box 3, dan is het verstandig om:

  • je financieringsstructuur opnieuw te bekijken
  • investeringen in onderhoud en verbetering goed te administreren
  • scenario’s door te rekenen voor verkoop in of na 2028
  • na te denken over overheveling naar box 2 (bijvoorbeeld via een bv) als dat fiscaal aantrekkelijk is


Voor ondernemers die vermogen opbouwen via vastgoed naast hun onderneming, kan dit stelsel grote impact hebben op rendement en liquiditeit.

Belangrijk: voor vastgoed kan het nieuwe systeem gunstiger zijn als het werkelijke rendement lager ligt dan de forfaitaire heffing. Stijgt de woning sterk in waarde, dan betaal je daar pas belasting over als je verkoopt. Dan reken je wel in één keer af over de hele waardestijging.

Conclusie

Vanaf 2028 verschuift de focus bij vastgoed in box 3 naar belasting bij verkoop: waardestijging wordt pas belast als je verkoopt. Dat geeft meer lucht bij waardestijging, maar maakt timing en administratie cruciaal. Door het uitstel van de stemming in de Eerste Kamer is bovendien nog onzekerder geworden of 2028 daadwerkelijk de ingangsdatum wordt.

Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent? Leg je cijfers naast het nieuwe voorstel en voorkom verrassingen achteraf. Zo houd je je zaak op orde, ook fiscaal.