Een werknemer die een auto van de zaak thuis in zijn privégarage parkeert, kan van zijn werkgever een vergoeding krijgen. Deze is echter belast als inkomsten uit arbeid en komt bovenop de belastingheffing over de bijtelling privégebruik auto. Is dat terecht?

Auto van de zaak: bijtelling en vergoeding voor stalling belast
Een werknemer met een auto van de zaak moet die auto netjes, ‘als een goed huisvader’ onderhouden. Neemt hij die plicht serieus en stalt hij die auto thuis in zijn privégarage, dan kan de werkgever hem daarvoor een vergoeding geven. Deze is belast als inkomsten uit arbeid en komt bovenop de belastingheffing over de bijtelling privégebruik auto.

Het privévoordeel van een auto van de zaak leidt zo twee keer tot een correctie op het fiscale inkomen. En daardoor wordt dat voordeel zwaarder belast dan de wetgever bedoeld heeft met de invoering van de bijtelling privégebruik auto.

Protest
Een strijdbare automobilist probeerde met deze stelling een belastingvrije vergoeding voor het stallen van zijn auto van de zaak te krijgen. Rechtbank Breda en Hof Den Bosch gingen daar echter niet in mee.

De automobilist had de beschikking over een auto van de zaak van zijn werkgever. Hij stalde de auto in de garage bij zijn privéwoning. De werkgever betaalde hem hiervoor een vergoeding van € 100,- per maand. De inspecteur merkte dat aan als loon en legde de werknemer een naheffingsaanslag loonheffing op. Hij verzette zich tegen die aanslag, waarna een procedure volgde.

Voor de rechter stelde de werknemer dat door het belasten van de stallingsvergoeding het voordeel van een auto van de zaak veel zwaarder belast werd dan de wetgever had bedoeld. De wetgever heeft dat voordeel gewaardeerd op het autokostenforfait, de bijtelling voor privé gebruik auto. Volgens de werknemer  was de stallingsvergoeding begrepen in het autokostenforfait, en kon die niet nog een keer, afzonderlijk in de belastingheffing worden betrokken.

De Wet Loonbelasting geeft ondubbelzinnig aan dat de stallingsvergoeding voor de auto van de zaak tot het belastbare loon behoort. De rechter verwierp daarom de stelling dat het voordeel van de auto van de zaak zwaarder werd belast dan de wetgever had bedoeld. Daarbij overwoog hij nog dat ‘een rechter recht moet spreken volgens de wet, en in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid van de wet mag beoordelen’. De rechter handhaafde de naheffingsaanslag.

Commentaar
Jammer, maar deze uitspraak kan niet verbazen. Er valt zeker wat te zeggen voor de redenering van de strijdbare automobilist, maar de wetgever heeft een afzonderlijke heffing over een stallingsvergoeding nadrukkelijk gewild. De rechter kan en mag zo’n duidelijk wettelijk voorschrift niet negeren.

Het goede nieuws voor de automobilist in deze procedure – en voor vele anderen met hem – is dat een belastingvrije vergoeding inmiddels wél mogelijk is onder de werkkostenregeling.

Zie ook: Vrije vergoeding voor parkeren bij de woning?

Bron: BelastingBelangen

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…