De terbeschikkingstellingsregeling moet voorkomen dat een ondernemer - of een van zijn naaste verwanten - bij vermogensoverdracht gebruik maakt van de gunstige heffing in box 3. Dit heeft geleid tot de nodige rechtszaken. Een voorbeeld.

Door de TBS-regeling worden huur, rente en andere inkomsten in dergelijke situaties niet in box 3, maar in box 1 in de belastingheffing betrokken. Bij die heffing zijn de winstregels (grotendeels) van toepassing. Dat betekent dat niet alleen de inkomsten in box 1 tegen het progressieve tarief worden belast, maar ook dat de waardeveranderingen van het ter beschikkinggestelde vermogensbestanddeel in die box vallen. Deze boxarbitrage treft de belastingplichtige en de met hem ‘verbonden personen’. Dat zijn de partner van de belastingplichtige en hun minderjarige kinderen.

Eerder uitzondering dan regel
Maar als er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling is de groep van verbonden personen veel groter en omvat die ook meerderjarige kinderen. Zo’n ongebruikelijke terbeschikkingstelling is echter eerder uitzondering dan regel, zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Haarlem.

Jan Jansen was directeur-grootaandeelhouder van BV X. Jansen had in privé een kantoorpand dat hij aan zijn BV verhuurde. In 1999, nog vóór de invoering van de terbeschikkingstellingsregeling, verkocht hij dat pand aan zijn twee meerderjarige kinderen, ieder voor de helft. De kinderen bleven de koopsom schuldig aan hun vader. Als zekerheid voor de aflossing van die schuld verleenden zij hun vader het recht van hypotheek op het kantoorpand. Vader Jansen droeg die hypothecaire vordering voor de nominale waarde over aan zijn BV X.
De kinderen verhuurden het pand aan de BV X voor hfl. 240.000 (€ 108.907) per jaar. Over 1999 en 2000 gaven zij de nettohuurinkomsten aan als inkomsten uit vermogen.

Bij de aanslagregeling over 2001 stelde de inspecteur dat de verhuur van het pand aangemerkt moest worden als een oneigenlijke terbeschikkingstelling. De BV huurde een kantoorpand dat zij – door het overnemen van de hypothecaire vordering van Jansen – notabene zelf financierde! Daarmee stond voor de inspecteur vast dat er sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling: de diverse overeenkomsten én het daardoor ontstane feitencomplex waren in het algemeen en ook in de gegeven familierelatie ongebruikelijk De inspecteur belastte de nettohuurinkomsten bij de kinderen in box 1.

Een procedure volgde.

Rechtbank Haarlem besliste dat er géén sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling: Jansen en zijn twee kinderen hadden bij de overdracht van het pand, de financiering van die transactie, het aangaan van de hypotheek, de verhuur van het pand aan de BV en de inbreng van de hypothecaire vordering in de BV steeds strikt zakelijke condities aangehouden. Ook het samenstel van rechtshandelingen was geen reden om een ongebruikelijke terbeschikkingstelling aan te nemen. Het feit dat het geheel van rechtshandelingen ertoe leidde dat de BV een door haarzelf gefinancierd kantoorpand huurde, deed daaraan niet af. Daarbij merkte de rechtbank op dat het gebruikelijk is dat kinderen zaken van ouders overnemen en daarbij de koopsom schuldig blijven. De rechtbank kwam tot de uitspraak dat de inspecteur niet had aangetoond dat er sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.

Commentaar
Dit soort uitspraken zien we graag! De wetgever heeft de ongebruikelijke terbeschikkingstellingsregeling als vangnetbepaling in de wet opgenomen, en bij dat karakter past een beperkte uitleg. Verder blijkt uit de wetsgeschiedenis overduidelijk dat een eenduidig criterium voor de beoordeling van de (on)gebruikelijkheid van de terbeschikkingstelling ontbreekt. Getoetst moet worden of de overeenkomst in het algemeen of onder de aangehouden voorwaarden gebruikelijk is, én of die overeenkomst maatschappelijk gebruikelijk is in de gegeven (familie)relatie. En dat hangt weer af van diverse factoren, zoals het type van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel, de (familie)relatie tussen de betrokken personen en de overeengekomen vergoeding. De inspecteur moet aantonen dat er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling; de bewijslast rust op hem.
Deze uitspraak van Rechtbank Haarlem illustreert de ruime mogelijkheden voor zo’n vermogensoverdracht.


Hans Zwagemaker is hoofdredacteur van BelastingBelangen, dat onder meer een digitale nieuwsbrief voor MKB-ondernemers uitgeeft. Hij is partner bij BDO CampsObers Accountants & Belastingadviseurs BV en spreekt regelmatig op fiscale congressen en seminars.

Voor meer informatie, zie: www.belastingbelangen.nl
 

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…