Fictief rendement
Over inkomen uit sparen en beleggen betaal je belasting in box 3 van de inkomstenbelasting (IB). Deze heffing wordt ook wel de vermogensrendementsheffing genoemd. De fiscus rekende met een fictief rendement over het vermogen in box 3 in plaats van het reële rendement.
Nieuw box 3-stelsel
Op last van de Hoge Raad moet de box 3-heffing worden aangepast, zodat belasting geheven wordt over het werkelijke rendement. Naar aanleiding daarvan is de Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) in werking getreden. Die wet is bedoeld om met terugwerkende kracht de heffing in box 3 over 2017 tot en met 2022 recht te trekken. Maar ook de Herstelwet is door de Hoge Raad als discriminerend bestempeld.
Het kabinet stelde ondertussen een nieuw voorstel op, de Wet werkelijk rendement box 3. De Tweede Kamer nam dit wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan; nu is de Eerste Kamer aan zet. In de Kamerbrief van 29 september 2026 schetst het kabinet hoe het nieuwe stelsel eruit moet zien. Over spaargeld betaal je dan belasting over de rente die je echt ontvangt. Het nieuwe stelsel moet per 2028 ingaan, maar is nog geen wet.
Werkelijke verdeling en rendement aantonen
De Wet tegenbewijsregeling is een tijdelijke oplossing om het werkelijke rendement vanaf 2017 aan te tonen. Als dit bedrag lager is dan het eerder aangeslagen fictieve rendement, krijg je de te veel betaalde belasting achteraf terug. Je kunt een apart formulier Opgaaf werkelijk rendement hiervoor gebruiken.
Voor de jaren 2021 tot en met 2024 hoef je niet op een brief van de Belastingdienst te wachten. Je kunt het formulier over die jaren ook zonder brief invullen in Mijn Belastingdienst. Heb je wel een brief gekregen, houd die dan bij de hand.
Vanaf belastingjaar 2025 is de mogelijkheid van tegenbewijs opgenomen in de normale aangifte inkomstenbelasting. Zo voorkom je dat je te veel belasting betaalt.
De peildatum voor de vermogensrendementsheffing is altijd 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet.
Heffingsvrij vermogen
In 2026 betaal je vermogensrendementsheffing wanneer je totale vermogen hoger is dan het heffingsvrije vermogen van € 59.357. Tot die grens heb je dus vrijstelling en betaal je geen belasting. Wanneer je een fiscaal partner hebt, ligt de grens van het vrijgestelde vermogen op € 118.714. Over 2025 lagen deze grenzen op € 57.684 en € 115.368.
Boven de grens van het heffingsvrije vermogen
Heffingsvrij vermogen box 3
2026| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2024 | € 57.000 | € 114.000 |
Alleen het vermogen boven het heffingsvrije deel telt mee voor het fictieve rendement; daarover betaal je 36% belasting. Geef je je werkelijke rendement door, dan geldt er geen heffingsvrij vermogen.
Bron: Belastingdienst, gecontroleerd op 2 september 2026
Het bedrag boven de grens van het heffingsvrije vermogen is de grondslag sparen en beleggen. Je betaalt in het huidige systeem nog steeds belasting over het fictief rendement. Wel wordt uitgegaan van fictieve rendementen die de werkelijkheid zo dicht mogelijk proberen te benaderen. Dus nu al betalen spaarders boven de vrijstelling van het heffingsvrij vermogen minder belasting.
De Belastingdienst hanteert over de grondslag sparen en beleggen voor 2026 een voorlopig percentage van 1,28 procent voor sparen. Voor beleggingen en overige bezittingen is dit 6 procent (dit percentage is al definitief). Voor schulden geldt een voorlopig percentage van 2,70 procent. De definitieve percentages voor sparen en schulden worden begin 2027 vastgesteld. Over 2025 golden de definitieve percentages van 1,37 procent (sparen), 5,88 procent (beleggingen en overige bezittingen) en 2,70 procent (schulden).
Wat het kabinet voor 2027 voorstelt
In de Kamerbrief van 29 september 2026 stelt het kabinet voor om het heffingsvrije vermogen in 2027 te verlagen van € 59.357 naar € 30.846 per persoon. Voor beleggingen en andere bezittingen gaat het fictieve rendement 1,5 procentpunt omhoog. Het tarief blijft 36 procent. Dit plan is nog geen wet. Op 6 oktober 2026 nam de Tweede Kamer moties aan om kleine spaarders te ontzien. Het kabinet past het plan daarom aan, dus het bedrag van € 30.846 kan nog veranderen. De Tweede Kamer stemt naar verwachting op 12 november 2026 over het plan.
Wat betekent dat voor je spaargeld? Stel, je bent alleenstaand en hebt € 50.000 op je spaarrekening. In 2026 zit je onder het heffingsvrije vermogen en betaal je niets. Met het plan voor 2027 betaal je belasting over het deel boven € 30.846: (€ 50.000 − € 30.846) × 1,28% × 36% = € 88 per jaar. We rekenen hier met het spaarforfait van 2026, omdat dat van 2027 nog niet bekend is.
In welke box valt je eigen woning?
De eigen woning geef je in principe aan in box 1 (inkomen uit werk en woning). En ook de overwaarde van je huis telt niet mee als vermogen. Het maakt dus niet uit als de waarde van je woning veel hoger is dan je hypotheekschuld.
Let op: een eventuele tweede woning of een vakantiehuis hoort wel bij je vermogen in box 3.
Hypotheek versneld aflossen?
Is het handig om je hypotheekschuld op je eigen woning versneld af te lossen? Dat hangt erg af van je persoonlijke situatie. Hypotheekrente is bijvoorbeeld aftrekbaar van je inkomen en kan daarmee een interessante aftrekpost zijn. De Zaak raadt aan om dit met een fiscaal adviseur te bespreken.
Het vrijgestelde vermogen groene beleggingen
De bedragen voor beleggen en sparen in een groenfonds waarover geen belasting hoeft te worden betaald, zijn met ingang van 1 januari 2026 € 26.715 en voor fiscaal partners € 53.430. Verder geldt er een heffingskorting op je inkomstenbelasting van 0,1 procent van het bedrag van de vrijstelling (ook voor je fiscale partner).
Let op! De vrijstelling en heffingskorting voor groene beleggingen vervallen waarschijnlijk volledig per 1 januari 2028 (in plaats van 2027). Vanaf 2027 is het voordeel al minimaal, nog slechts € 200 (en € 400 voor fiscale partners)
Sparen voor je pensioen
Bedragen die je op een lijfrentespaarrekening (banksparen) zet of in een lijfrentepolis, of op een geblokkeerde beleggingsrekening stort, hoef je niet mee te tellen voor de rendementsheffing van box 3. Sterker nog, de premies mag je onder voorwaarden aftrekken van je inkomen.
Belangrijk om te weten:
- Je kunt dit alleen doen bij een aanbieder van pensioenproducten.
- Op de afgesproken einddatum moet je een uitkering kopen. Over deze uitkering betaal je inkomstenbelasting.
- Je kunt niet zomaar bij je geld als je het weer nodig hebt.
Tip: je kunt ervoor kiezen om deels voor je pensioen te sparen middels deposito’s en beleggen. Je betaalt dan wel vermogensrendementsheffing in box 3, maar na je pensioen kun je het geld uitgeven zoals je dat wil.
Afgeschaft: Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Sinds 1 januari 2023 kun je de fiscale oudedagsreserve niet verder opbouwen. Als je al een FOR hebt opgebouwd, kun je die op basis van de oude regels afwikkelen.
Wat doe je met je bestaande FOR?
Het opgebouwde bedrag mag blijven staan. Je hebt dan nog geen pensioenregeling. Je kunt pensioen regelen door bijvoorbeeld een lijfrente te kopen of te gaan banksparen. Je FOR neemt met hetzelfde bedrag af als je inleg.
Tot uiterlijk het moment waarop je met je onderneming stopt, kun je ervoor kiezen om je FOR om te zetten in een lijfrente of bankspaarrekening. Daarvoor heb je wel het geld nodig. Heb je bij het stoppen van je onderneming nog een FOR staan? Dan wordt dat FOR-bedrag opgeteld bij je winst van dat jaar en je betaalt er dus dan inkomstenbelasting over.





