Draagvlak voor hogere erfbelasting groeit: check nu je bedrijfsopvolging

Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat grotere erfenissen zwaarder belast mogen worden, blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Volledige afschaffing van de erfbelasting wil vrijwel niemand. In de praktijk blijft het gros van de nalatenschappen nu onbelast: bij slechts zo’n 35 procent van de overledenen wordt aangifte erfbelasting gedaan, al gaat het daarbij wel om circa driekwart van al het nagelaten vermogen. Voor die groep ligt de gemiddelde effectieve belastingdruk rond de 11 procent. Opvallend: ondernemingsvermogen wordt dankzij bestaande vrijstellingen gemiddeld lager belast dan ander vermogen.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer profiteer je nu van een relatief milde behandeling van ondernemingsvermogen bij vererving, vooral via de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Het CPB signaleert een breed draagvlak voor een progressievere erfbelasting én verwacht dat nalatenschappen de komende jaren in omvang toenemen. Dat maakt de kans reëel dat de politiek de vrijstellingen – juist die voor ondernemingsvermogen – de komende jaren kritischer tegen het licht houdt. Wie zijn bedrijf ooit wil overdragen aan de kinderen, doet dat onder de huidige regels waarschijnlijk voordeliger dan onder eventuele aangepaste regels in de toekomst.

Advies van De Zaak: Wacht niet tot een kabinetsplan je overvalt: breng nu in kaart wat er bij overlijden of overdracht met je bedrijfs- en privévermogen gebeurt en welke vrijstellingen je kunt benutten. Denk je aan bedrijfsoverdracht binnen de familie, verken dan dit jaar nog of de huidige BOR-voorwaarden voor jou gunstig uitpakken. De regeling is de afgelopen jaren al versoberd en dit onderzoek geeft de discussie nieuwe munitie. Ook zonder overdrachtsplannen loont het om jaarlijks belastingvrij te schenken; zo verklein je stap voor stap de latere erfbelastingdruk.

Bron: CPB – Erfbelasting in beeld

Leen je personeel uit of in? Meld je vanaf november aan voor het nieuwe toelatingsstelsel

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) gaat definitief in per 1 januari 2027. Wie personeel uitleent, heeft dan toelating nodig van de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). De wet moet malafide partijen van de uitzendmarkt weren en uitbuiting van arbeidsmigranten tegengaan. Belangrijk: de regels gelden niet alleen voor uitzendbureaus, maar ook voor detacheerders, payrollbedrijven en organisaties die incidenteel personeel uitlenen. En inleners mogen straks alleen nog zakendoen met toegelaten uitleners.

Wat betekent dit voor jou?

Leen je weleens personeel uit – ook al is het maar af en toe aan een collega-bedrijf – dan val je mogelijk onder de toelatingsplicht. De planning is krap: in november en december 2026 moet je je al aanmelden bij de NAU, vanaf mei 2027 opent het loket voor toelating of ontheffing, en per 1 januari 2028 gaat de Arbeidsinspectie handhaven. Voor toelating moet je aantonen dat je de regels naleeft, een VOG overleggen en een waarborgsom storten; de toelating geldt voor vier jaar. Is uitlenen maar een klein deel van je activiteiten, dan kun je ontheffing aanvragen, maar die krijg je niet vanzelf. Huur je juist personeel in, dan word je verantwoordelijk voor het checken of je uitlener is toegelaten via een openbaar register.

Advies van De Zaak: Bepaal deze zomer aan welke kant je staat: uitlener, inlener of allebei. Leen je uit, zet dan de aanmelding bij de NAU voor november 2026 in je agenda en begin alvast met het verzamelen van wat je nodig hebt (VOG, administratie op orde, budget voor de waarborgsom en procedurekosten), of onderbouw je ontheffingsaanvraag als uitlenen voor jou bijzaak is. Leen je in, inventariseer dan met welke uitzend-, detacherings- en payrollpartijen je werkt en vraag hen of ze zich gaan aanmelden; zo voorkom je dat je in 2028 ineens niet meer met je vaste leverancier mag werken.


Loonkosten groeien harder dan winst: zo staat jouw sector ervoor 

Van elke euro die de Nederlandse marktsector verdiende, ging in 2025 70,6 procent naar de beloning van werknemers en zelfstandigen, meldt het CBS. Deze zogeheten arbeidsinkomensquote (aiq) steeg met 0,2 procentpunt vergeleken met 2024, omdat lonen harder groeiden dan de operationele winsten van bedrijven. De verschillen per sector zijn groot: in de informatie- en communicatiesector steeg de aiq van 77,2 naar 82,3 procent, terwijl die in de handel, industrie en bouw juist daalde. Op de lange termijn is het beeld overigens omgekeerd: in 1995 lag de aiq nog op 81,4 procent.

Wat betekent dit voor jou?

Heb je personeel, dan herken je dit waarschijnlijk direct: loonkosten slokken een steeds groter deel van je verdiende inkomen op, terwijl de winst achterblijft. Vooral in arbeidsintensieve sectoren zoals de horeca (aiq: 85,8 procent) en de zakelijke dienstverlening (78,3 procent) blijft er per euro omzet relatief weinig winst over. Werk je in de handel of industrie, dan daalde de aiq juist licht; daar groeiden de winsten harder dan de lonen. De cijfers zijn nog voorlopig, maar de trend van twee jaar stijging op rij is duidelijk: arbeid wordt duurder vergeleken met wat het oplevert.

Advies van De Zaak: Gebruik dit cijfermoment als aanleiding om je eigen verhouding tussen loonkosten en brutowinst over 2025 naast die van je sector te leggen – die sectorcijfers vind je vrij toegankelijk op CBS StatLine. Stijgen jouw loonkosten al twee jaar harder dan je marge, kijk dan niet alleen naar bezuinigen, maar vooral naar wat er tegenover staat: kun je je prijzen indexeren, processen slimmer inrichten of taken automatiseren, zodat dezelfde mensen meer opleveren? Zo voorkom je dat de loongroei die landelijk speelt, bij jou stilletjes de winst opeet.

Bron: CBS – Beloning van arbeid steeg in 2025 sneller dan winsten van bedrijven

Werkgevers overhandigen kabinet schraplijst: ‘complexe regels kosten tonnen tot miljoenen per jaar’

Werkgeversvereniging AWVN heeft aan de ministers van Economische Zaken en van Werk en Participatie een eigen lijst overhandigd met regels die geschrapt of vereenvoudigd kunnen worden. Aanleiding: het kabinet haalde vorige week zijn doel om 500 overbodige regels te schrappen net niet (het werden er 403). Volgens de AWVN kosten onnodig complexe regels een werkgever met 250 werknemers zo’n 1,2 miljoen euro per jaar. Als voorbeelden noemt de vereniging de verplichte registratie van reisbewegingen van werknemers en de loondoorbetaling bij ziekte. Ook waarschuwt de AWVN dat Nederland Europese regels, zoals de komende loontransparantierichtlijn, werkbaar moet houden.

Wat betekent dit voor jou?

Ook als kleiner bedrijf voel je de optelsom van registratie-, rapportage- en administratieverplichtingen vaak relatief zwaarder dan grote bedrijven, omdat je geen aparte afdeling hebt die het afhandelt. Dat er nu vanuit zowel het kabinet als werkgeversorganisaties én de EU druk staat op het schrappen en versimpelen van regels, vergroot de kans dat een aantal verplichtingen de komende jaren verdwijnt of eenvoudiger wordt. Concreet is er nog niets besloten: de AWVN-lijst is een voorstel, geen kabinetsbeleid. Verplichtingen zoals loondoorbetaling bij ziekte gelden dus gewoon nog.

Advies van De Zaak: Blijf gewoon voldoen aan de huidige regels, maar laat je stem horen waar het knelt: meld concrete regels die jou onevenredig veel tijd of geld kosten bij je branchevereniging of via het meldpunt regeldruk van de Rijksoverheid. Juist praktijkvoorbeelden van kleinere ondernemers wegen mee in schrapdiscussies zoals deze. Zet daarnaast eens op een rij welke administratieve verplichtingen jou nu de meeste uren kosten; vaak valt daar met een slimme tool of een vaste maandelijkse routine al winst te halen, ongeacht wat Den Haag schrapt.


Zomertip van De Zaak 

De zomervakanties zijn begonnen, en juist voor ondernemers is écht vrij nemen vaak lastiger dan het klinkt. Regel je bereikbaarheid vóór je vertrekt: stel een afwezigheidsbericht in met een noodcontact, spreek met klanten af wat wél en niet kan wachten, en durf je telefoon daarna ook echt weg te leggen. Zo kom je uitgerust terug in plaats van half opgeladen. Lees ook: zo ga je als ondernemer zorgeloos op vakantie.

Belangrijke data voor ondernemers

  1. 4 juli t/m 16 augustus:
    • zomervakantie scholen regio noord
  2. 11 juli t/m 23 augustus:
    • zomervakantie scholen regio zuid
  3. 18 juli t/m 30 augustus:
    • zomervakantie scholen regio midden
  4. 20 juli t/m 7 augustus:
    • bouwvak regio noord
  5. 27 juli t/m 14 augustus:
    • bouwvak regio zuid
  6. 31 juli:
    • uiterste aangifte- en betaaldatum btw tweede kwartaal 2026
    • uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand juni 2026
  7. 3 augustus t/m 21 augustus:
    • bouwvak regio midden
  8. 31 augustus:
    • uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand juli 2026
    • uiterste datum aanvragen toeslagen