Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Alles over kostprijsberekening

Alles over kostprijsberekening

24 oktober 2011
Zonder kostprijsberekening geen verkoop en geen productie. Verder in dit artikel: hoe is de standaardkostprijs samengesteld? En: hoe bepaalt u de standaard?

Waarom is kostenberekening belangrijk
De som van de noodzakelijke kosten per eenheid product noemen we ook wel de standaardkostprijs.
Voor elke periode moet u zich afvragen wat, hoeveel en tegen welke prijs u het beste in die periode kunt verkopen en wat het gunstigste productieprogramma voor uw bedrijf is.
Kostenberekening is dan ook om drie redenen van belang:

  • verkrijgen van gegevens voor het opstellen van het optimale verkoop- en productieplan;
  • verkrijgen van gegevens voor het beheersen van het productieproces;
  • verkrijgen van grondslag voor de waardering.

Er is een bepaalde wijze van berekenen, waardoor men in veel situaties deze drie doeleinden tegelijk kan dienen: de standaardkostprijs. De standaardkostprijs is samengesteld uit: standaardhoeveelheden productiemiddelen, vermenigvuldigd met standaardprijzen.
Die standaarden gelden altijd voor een bepaalde periode en ook slechts voor een bedrijf of bedrijfsonderdeel.

Hoe bepaal ik de juiste standaard?
Voor de bepaling van de standaarden kan men het product verschillende bewerkingen laten ondergaan om de minimum-hoeveelheid van elk productiemiddel vast te stellen.
ErvaringscijfersEen andere mogelijkheid is de standaarden afleiden uit de verbruikscijfers van het verleden. Die ervaringscijfers worden doorgetrokken naar de toekomst, veranderingen incalculerend. Daarbij moeten de hoeveelheidsstandaarden wel de maximaal toegestane verbruikshoeveelheden aangeven.

Voor een bepaling van de standaardhoeveelheden vormt een complicatie dat de verschillende productiemiddelen elkaar meestal kunnen vervangen.
De standaarden op de productiemethoden zijn gebaseerd op de feitelijke productiemethoden.
De standaarden voor de komende periode worden vastgesteld op het niveau van de werkelijke inkoopprijzen (vervangingsprijzen).

Welke kostensoorten moet ik onderscheiden?
Voor de kostenberekening kunnen wij zeven kostensoorten onderscheiden:

  • de kosten van grond- en hulpstoffen;
  • de kosten van menselijke arbeidskracht;
  • de kosten van duurzame productiemiddelen;
  • de kosten van de grond;
  • de kosten van de diensten van derden;
  • de kosten van de belastingen;
  • de rentekosten.

Voor de hiernavolgende categorische indeling van de kosten wordt bij de berekening van de standaardkostprijs ervan uitgegaan dat een bedrijf maar een soort product maakt!

Grond- en hulpstoffen
De standaardkostprijs bevat naast de nettohoeveelheid grondstof die in het product wordt opgenomen ook cijfers over de afval (de hoeveelheid grondstof die verloren gaat) en de uitval (hoeveelheid grondstof in de halffabrikaten en eindprodukten die worden afgekeurd).
De verrekening van de hulpstoffen gebeurd op dezelfde wijze.

Menselijke arbeidskracht
Door middel van een arbeidsanalyse (bewegings- en tijdstudies) kan worden vastgesteld hoeveel uren een product per werknemer de verschillende bewerkingen ondergaat. Voor elke bewerking baseert men zich op het werk van de gemiddelde werknemer.
Het loon per uur per werknemer is de prijs waartegen deze uren per bewerking worden omgerekend. Dat loon wordt beïnvloed door het voor die werknemer voor de komende periode verwachte loonpeil en het dan voor hem geldende loonstelsel.
Het loonpeil wordt bepaald door de loonontwikkeling in de bedrijfstak (o.m. door ; het loonstelsel is een zaak die de onderneming zelf grotendeels bepaalt .

De bekendste loonstelsels zijn:

  • het tijdloon: het per periode verdiende loon is onafhankelijk van de omvang van de arbeidsprestatie op korte termijn;
  • het stukloon: het verdiende loon is rechtevenredig aan de grootte van de prestatie;
  • het premieloon: de werknemer verdient een vast basisuurloon en daarboven een premie, die afhankelijk is van de mate waarin hij/zij tijd weet uit te sparen.

De standaardarbeidstijd waar de standaard kostprijsberekening op gebaseerd is, hoeft niet gelijk te zijn aan de normtijd die wordt toegepast in het geldende loonstelsel.

Duurzame productiemiddelen
Kenmerkend voor een duurzaam productiemiddel (dpm) is, dat het niet in een productieproces in zijn geheel wordt opgeofferd, maar dat het geleidelijk gedurende een reeks van processen verloren gaat.
In de kostenberekening worden de kosten van het gebruik van een dpm als afschrijvingen opgenomen. Per product bestaan die kosten uit de waardedaling die het dpm bij de productie ondergaat.

Grond
Omdat de waarde van de grond door het gebruik ervan bij de productie niet achteruitgaat, wordt het wel een eeuwigdurend productiemiddel genoemd.
Dat geldt echter alleen als de grond als vestigingsplaats voor het bedrijf wordt gebruikt (industrie en handel), of als de grond dient als leverancier van agrarische producten.
Kosten van de grond in zijn door de natuur gegeven staat omvatten in deze twee gevallen geen afschrijving, maar bestaan slechts uit grondrente.
Uit de pacht die voor een bepaalde soort grond aan de verpachter moet worden betaald, kan men vaak de hoogte van de grondrente aflezen.

Diensten van derden
Veelal maken bedrijven gebruik van diensten van derden voor vervoer en/of opslag, verzekeringen e.d. Ook is het mogelijk dat bepaalde bewerkingen die deel uitmaken van het productieproces worden uitbesteed.
Voor de berekening van de standaardkostprijs vormt dit verder geen bezwaar. Wat het dienstverlenende bedrijf in rekening wordt gebracht, kan in het algemeen ook als kostenbedrag worden aangehouden.
Wel is het aanbevelenswaardig u eens te verdiepen in prijsonderhandelen.

Belastingen
Een bedrijf betaalt twee soorten belastingen:

  • belastingen op goederen en diensten (bijvoorbeeld: grondbelasting, invoerrechten, omzetbelasting)
  • belastingen op de winst.

De eerste soort worden kostprijsverhogende belastingen genoemd, omdat zij een bestanddeel van de kostprijs vormen. Los van de vraag of het bedrijfsresultaat positief dan wel negatief is, is het bedrijf deze belastingen verschuldigd.
Bij de tweede soort – Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting – is dat totaal anders. Die belasting is een bedrijf alleen verschuldigd als er sprake is van winst (een overschot van de opbrengst boven de kosten van het bedrijf). Logischerwijs gesproken zouden die dan ook geen bestanddeel van de kostprijs moeten vormen, maar de fiscus heeft voor de fiscale winstberekening eigen regels opgesteld.
Er zijn er dan ook twee voor u als ondernemer van belang:

  1. de ingecalculeerde rente over het eigen vermogen is fiscaal geen aftrekpost en behoort dus tot de fiscale winst;
  2. het verschil tussen de historische kostprijs van een produktiemiddel en de vervangingsprijs ervan is geheel of gedeeltelijk schijnwinst.

Belasting op winst kan dus voor een deel als bestanddeel van de kostprijs worden beschouwd, omdat de fiscus ook elementen belast die bedrijfseconomisch een kostenfactor zijn.

Rentekosten
Rentekosten ontstaan doordat in de productiemiddelen een zeker vermogen ligt opgesloten.
De kostprijs van een produkt omvat dus ook rentekosten en wel voor het deel waarvoor er door de productiemiddelen die het produkt maken, beslag op het vermogen wordt gelegd.
Dat geldt uiteraard ook voor duurzame productiemiddelen, maar ook de vlottende activa leggen beslag op het vermogen.

SOFTWARE OM UW KOSTPRIJS MEE TE BEREKENEN

Voor bepaalde branches is er software waarmee u de kostprijs kunt berekenen, bijvoorbeeld met behulp van Microsoft Excel. Informeer hiernaar bij uw branchevereniging.

Lees ook…