4 March 2021

Bereken de kosten en de prijs

Wat is een goede prijs voor jouw product? Met kostprijsberekening kun je de juiste prijs bepalen. Daarmee stuur je de verkoop en productie. Hoe kom je tot een standaardkostprijs? Volg deze stappen.

Waarom is kostprijsberekening belangrijk?

Voor elke periode moet je je afvragen wat, hoeveel en tegen welke prijs je het beste in die periode kunt verkopen en wat het gunstigste productieprogramma voor jouw bedrijf is.

Kostenberekening is dan ook om drie redenen van belang:

  • je krijgt input voor het opstellen van het optimale verkoop- en productieplan;
  • je hebt dan data voor het beheersen van het productieproces;
  • je hebt de grondslag voor de waardering (de juiste prijs).

Kostprijs berekenen

Er is een bepaalde manier van berekenen, waardoor je in veel situaties deze drie doelen tegelijk kan behalen: de standaardkostprijs.

De standaardkostprijs = de som van de noodzakelijke kosten per eenheid product.

De standaardkostprijs is samengesteld uit: standaardhoeveelheden productiemiddelen, vermenigvuldigd met standaardprijzen. Die standaarden gelden altijd voor een bepaalde periode en ook alleen voor een bedrijf of bedrijfsonderdeel.

Hoe bepaal ik de juiste standaard?

Voor de bepaling van de standaarden kun je het product verschillende bewerkingen laten ondergaan om de minimum-hoeveelheid van elk productiemiddel vast te stellen.

Ervaringscijfers gebruiken

Een andere mogelijkheid is de standaarden afleiden uit de verbruikscijfers van het verleden. Die ervaringscijfers worden doorgetrokken naar de toekomst, veranderingen incalculerend. Daarbij moeten de hoeveelheidsstandaarden wel de maximaal toegestane verbruikshoeveelheden aangeven.

Voor een bepaling van de standaardhoeveelheden vormt een complicatie dat de verschillende productiemiddelen elkaar meestal kunnen vervangen.
De standaarden op de productiemethoden zijn gebaseerd op de feitelijke productiemethoden.

De standaarden voor de komende periode worden vastgesteld op het niveau van de werkelijke inkoopprijzen (vervangingsprijzen).

Welke kostensoorten zijn er?

Voor de kostenberekening kun je 7 kostensoorten onderscheiden:

  1. Grond- en hulpstoffen
  2. Menselijke arbeidskracht
  3. Duurzame produktiemiddelen
  4. Grond
  5. Diensten van derden
  6. Belastingen
  7. Rente

Voor de hiernavolgende categorische indeling van de kosten wordt bij de berekening van de standaardkostprijs uitgegaan van een bedrijf dat maar één soort product maakt.

Grond- en hulpstoffen

De standaardkostprijs bevat naast de nettohoeveelheid grondstof die in het product wordt opgenomen ook cijfers over de afval (de hoeveelheid grondstof die verloren gaat) en de uitval (hoeveelheid grondstof in de halffabrikaten en eindproducten die worden afgekeurd).

De verrekening van de hulpstoffen gebeurt op dezelfde wijze.

Menselijke arbeidskracht

Door middel van een arbeidsanalyse (bewegings- en tijdstudies) kan worden vastgesteld hoeveel uren een product per werknemer de verschillende bewerkingen ondergaat.

Voor elke bewerking baseer je je op het werk van de gemiddelde werknemer. Het loon per uur per werknemer is de prijs waartegen deze uren per bewerking worden omgerekend.

Ga dus na wat het gemiddelde uurloon is per type werknemer of per afdeling. Houd ook rekening met eventuele loonstijgingen. Zo gaat het minimumloon ieder halfjaar omhoog en ook in de cao kunnen verplichte loonsverhogingen staan.

Duurzame productiemiddelen

Kenmerkend voor een duurzaam productiemiddel (dpm) is, dat het niet in een productieproces in zijn geheel wordt opgeofferd, maar dat het geleidelijk gedurende een reeks van processen verloren gaat.

In de kostenberekening worden de kosten van het gebruik van een dpm als afschrijvingen opgenomen. Per product bestaan die kosten uit de waardedaling die het dpm bij de productie ondergaat.

Grond

Omdat de waarde van de grond door het gebruik ervan bij de productie niet achteruitgaat, wordt het wel een eeuwigdurend productiemiddel genoemd.
Maar dat geldt alleen als de grond als vestigingsplaats voor het bedrijf wordt gebruikt (industrie en handel), of als de grond dient als leverancier van agrarische producten.

Kosten van de grond in zijn door de natuur gegeven staat omvatten in deze twee gevallen geen afschrijving, maar bestaan slechts uit grondrente.
Uit de pacht die voor een bepaalde soort grond aan de verpachter moet worden betaald, kun je vaak de hoogte van de grondrente aflezen.

Diensten van derden

Vaak maken bedrijven gebruik van diensten van derden voor vervoer en/of opslag, verzekeringen e.d. Ook is het mogelijk dat bepaalde bewerkingen die deel uitmaken van het productieproces worden uitbesteed.

Voor de berekening van de standaardkostprijs vormt dit verder geen bezwaar. Wat het dienstverlenende bedrijf in rekening wordt gebracht, kan in het algemeen ook als kostenbedrag worden aangehouden.

Wel is het slim je eens te verdiepen in prijsonderhandelen. Daarmee kun je de kosten mogelijk omlaag brengen en een betere kostprijs krijgen.

Belastingen

Een bedrijf betaalt twee soorten belastingen:

  • belastingen op goederen en diensten (bijvoorbeeld: grondbelasting, invoerrechten, omzetbelasting)
  • belastingen op de winst.

De eerste soort worden kostprijsverhogende belastingen genoemd, omdat zij een bestanddeel van de kostprijs vormen. Los van de vraag of het bedrijfsresultaat positief of negatief is, is je bedrijf deze belastingen verschuldigd.

Bij de tweede soort – Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting – is dat totaal anders. Die belasting hoef je alleen te betalen als er sprake is van winst (een overschot van de opbrengst boven de kosten van het bedrijf). Logischerwijs gesproken zouden die dan ook geen bestanddeel van de kostprijs moeten vormen, maar de fiscus heeft voor de fiscale winstberekening eigen regels opgesteld.

Er zijn er dan ook twee voor jou als ondernemer van belang:

  1. de ingecalculeerde rente over het eigen vermogen is fiscaal geen aftrekpost en behoort dus tot de fiscale winst;
  2. het verschil tussen de historische kostprijs van een produktiemiddel en de vervangingsprijs ervan is geheel of gedeeltelijk schijnwinst.

Belasting op winst kan dus voor een deel als bestanddeel van de kostprijs worden beschouwd, omdat de fiscus ook elementen belast die bedrijfseconomisch een kostenfactor zijn.

Rentekosten

Rentekosten ontstaan doordat in de productiemiddelen een zeker vermogen ligt opgesloten. De kostprijs van een product omvat dus ook rentekosten en wel voor het deel waarvoor er door de productiemiddelen die het product maken, beslag op het vermogen wordt gelegd.

Dat geldt natuurlijk ook voor duurzame productiemiddelen, maar ook de vlottende activa leggen beslag op het vermogen.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…