Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Uitstel van betaling bij overdracht IB-onderneming?

Uitstel van betaling bij overdracht IB-onderneming?

24 oktober 2011
"Ik draag mijn IB-onderneming binnenkort over aan mijn dochter, maar moet dan direct met de fiscus afrekenen over de stakingswinst. Kan ik uitstel van betaling krijgen?"

Vraag: Uitstel van betaling bij overdracht
“Ik ga mijn IB-onderneming op korte termijn overdragen aan mijn dochter. Wij hebben de zaak goed doorgesproken, wij zijn er wel uit. Mijn dochter zal de koopsom van de onderneming aan mij schuldig blijven; een externe financiering ligt moeilijk en is ook veel te duur.

Ik heb er wel vertrouwen in dat mijn dochter na de bedrijfsoverdracht de overnameschuld geleidelijk aan kan aflossen. En mocht dat toch niet lukken, dan moet ze die schuld maar verrekenen met haar erfdeel.

Probleem is wel dat ik bij de overdracht van de onderneming direct met de fiscus moet afrekenen over de stakingswinst. Dat vergt per direct liquiditeiten, en die zijn niet voorhanden.

Moet ik mijn dochter vragen om toch een externe financiering te regelen voor het bedrag dat ik aan belasting moet betalen, of kan ik bij de Belastingdienst uitstel van betaling krijgen?”

Antwoord van BelastingBelangen
U kunt uitstel van betaling krijgen bij de Belastingdienst.

De invorderingswet kent een specifieke regeling voor uitstel van belastingbetaling bij de overdracht van een IB-onderneming. U kunt als verkoper van de IB-onderneming maximaal 10 jaar lang uitstel van betaling krijgen: u moet dan jaarlijks 1/10 gedeelte van de verschuldigde belasting voldoen. En om het nog aantrekkelijker te maken: het uitstel van betaling is renteloos!

Voorwaarden
Om voor deze regeling in aanmerking te komen moeten u en uw dochter wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

De uitstelregeling ziet op situaties waarin een IB-ondernemer zijn onderneming (geheel of gedeeltelijk) overdraagt aan een natuurlijk persoon, die de onderneming voortzet. De koper moet de koopsom van de onderneming (geheel of gedeeltelijk) schuldig blijven.

De afspraken die koper en verkoper maken over de omvang én aflossing van de overnameschuld zijn bepalend voor het uitstel van betaling dat de verkoper kan krijgen.

Afspraken koper en verkoper
Dat betekent concreet:

1. Als de koper de volledige koopsom van de onderneming schuldig blijft, krijgt de verkoper uitstel van betaling voor het volledige bedrag dat hij aan inkomstenbelasting verschuldigd is over de stakingswinst.

Betaalt de koper de helft van de koopsom van de onderneming – al dan niet uit een externe financiering – dan krijgt de verkoper slechts uitstel van betaling over de helft van de verschuldigde belasting over de stakingswinst. 

2. Als koper en verkoper afspreken dat de overnameschuld in 5 jaar tijd moet worden afgelost, krijgt de verkoper voor maximaal 5 jaar uitstel van betaling. Hij moet dan ieder jaar 1/5 van de verschuldigde belasting voldoen.

Wordt een aflossingstermijn van 10 jaar of langer overeengekomen, dan krijgt de verkoper het maximale uitstel van betaling voor een periode van 10 jaar. Bij deze optie moet hij ieder jaar 1/10 van de verschuldigde belasting betalen. 

Wel zekerheid stellen
Zoals hiervoor al vermeld is het uitstel van betaling renteloos: de belastingschuldige is geen invorderingsrente verschuldigd. Er moet wél zekerheid gesteld worden voor de verschuldigde belasting. Dat kan door een bankgarantie af te geven, maar dat is duur.

In de praktijk wordt er meestal voor gekozen om de vordering die de verkoper op de koper heeft, te verpanden of anderszins tot zekerheid over te dragen aan de Belastingdienst.

Grootste voordeel
U ziet het: u en uw dochter kunnen eenvoudig voldoen aan de voorwaarden om voor het uitstel van betaling in aanmerking te komen.

Een maximaal uitstel van betaling levert het grootste voordeel op. Dat verkrijgt u als uw dochter de volledige koopsom van de onderneming schuldig blijft, én u beiden afspreekt dat die overnameschuld in een periode van (ten minste) 10 jaar moet worden afgelost.

Die aflossing moet jaarlijks 1/10 gedeelte zijn, niet meer. Als uw dochter in enig jaar meer aflost, wordt het bedrag dat u jaarlijks aan de Belastingdienst moet betalen evenredig aangepast.

Gevolgen voor de vordering
Let op: de vordering die u op uw dochter verkrijgt wordt onderdeel van uw vermogen in box 3. U bent daar jaarlijks 1,2% vermogensrendementsheffing over verschuldigd. De openstaande belastingschuld kunt u niet in aftrek brengen op uw vermogen in box 3.

En mocht uw dochter het zakelijk niet redden, dan is het verlies dat u op uw vordering lijdt, fiscaal niet aftrekbaar. Zo’n verlies is wel aftrekbaar als u uw vordering heeft omgezet in een durfkapitaallening; de aftrek is dan maximaal € 46.984. Overleg eens met uw adviseur of dat in uw situatie geen beter alternatief is.

Lees ook…