Lijfrente in 2026: dit moet je weten

Lijfrente is de manier om als ondernemer zelf, met belastingvoordeel, een pensioen op te bouwen. Wat je inlegt, trek je af van je inkomen in box 1. Belasting betaal je pas als het geld later wordt uitgekeerd. In 2026 mag je maximaal € 35.589 inleggen via je jaarruimte. Heb je eerder ruimte laten liggen, dan kun je tot € 42.753 extra inhalen. Wil je de aftrek over 2026, dan moet het geld uiterlijk 31 december 2026 gestort zijn.

Pensioen in Nederland: de drie pijlers

Het Nederlandse pensioen rust op drie pijlers:

  • Pijler 1: AOW. Het basispensioen van de overheid, vanaf je AOW-leeftijd.
  • Pijler 2: werkgeverspensioen. Een aanvullende pensioenregeling die je via je werkgever opbouwt.
  • Pijler 3: zelf opbouwen. Een eigen pensioenpot, bijvoorbeeld via lijfrente. De overheid stimuleert dit met belastingvoordeel.

Als zzp'er of ondernemer heb je meestal geen werkgeverspensioen. Alleen de AOW is vaak te weinig om van te leven. Pijler 3 is voor jou dus extra belangrijk.

Lees ook: Pensioen voor ondernemers: dit moet je weten om een gezonde financiële toekomst op te bouwen

Wat is lijfrente?

Met een lijfrente spaar of beleg je voor later op een geblokkeerde rekening of via een verzekering. Je kunt maandelijks inleggen of eenmalig, wanneer het jou uitkomt. Er is geen minimumbedrag. Dat past goed bij ondernemers met een wisselend inkomen.

Je komt ook de term banksparen tegen. Dat is geen ander product, maar lijfrente via een bank of beleggingsinstelling. Sinds de Wet Banksparen van 2008 mogen niet alleen verzekeraars lijfrente aanbieden.

Hoeveel mag je inleggen? Jaarruimte en reserveringsruimte in 2026

Je mag niet onbeperkt inleggen met belastingvoordeel. Het maximum per jaar heet de jaarruimte. Die is 30% van je premiegrondslag: je inkomen van het vorige jaar, min een vast bedrag voor de AOW (de AOW-franchise). Bouw je ook pensioen op via een werkgever, dan gaat daar nog een deel van af. Dat deel heet factor A en staat op je jaarlijkse pensioenoverzicht.

Cijfers 2026Bedrag
Maximale jaarruimte€ 35.589
Maximale reserveringsruimte (inhalen)€ 42.753
AOW-franchise€ 19.172
Inkomen waarboven je geen extra ruimte opbouwt€ 137.800

Voorbeeld: je bent zzp'er zonder pensioen bij een werkgever en je inkomen over 2025 was € 60.000. Je premiegrondslag is dan € 60.000 min € 19.172 = € 40.828. Je jaarruimte voor 2026 is 30% daarvan: ongeveer € 12.248.

Heb je de afgelopen tien jaar je jaarruimte niet volledig gebruikt? Dan kun je dat inhalen met je reserveringsruimte, in 2026 tot maximaal € 42.753. Lees meer in Jaarruimte gemist? Geen paniek.

Reken je eigen ruimte uit

Met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst bereken je zowel je jaarruimte als je reserveringsruimte. Houd je aangifte van vorig jaar en je pensioenoverzichten bij de hand. Voor de reserveringsruimte heb je ook je inkomen en pensioenopbouw van de afgelopen tien jaar nodig.

Let op: leg je meer in dan je ruimte, dan is het teveel niet aftrekbaar. Ook niet in een later jaar.

Vóór 31 december: dit regel je in 2026

  • Stort op tijd. Alleen wat uiterlijk 31 december 2026 is betaald, trek je af over 2026. Wacht niet tot de laatste dagen, want betalingen rond de feestdagen kunnen later binnenkomen.
  • Gebruik eerst je reserveringsruimte. Niet-gebruikte ruimte uit 2016 vervalt na dit jaar. Door eerst die oude ruimte te gebruiken, gaat er niets verloren.
  • Lijfrente met einddatum in 2025? Dan moet de eerste uitkering uiterlijk 31 december 2026 betaald zijn. Gebeurt dat niet, dan ziet de Belastingdienst de hele lijfrente per 1 januari 2027 als afgekocht. Neem op tijd contact op met je aanbieder.

Belastingvoordeel: zo werkt het

  • Bij inleg: je trekt de premie af in box 1. Valt je inkomen in het hoogste tarief van 49,5%, dan levert € 10.000 inleg je maximaal € 4.950 belastingvoordeel op.
  • Tijdens de opbouw: je lijfrente telt niet mee in box 3. Je betaalt dus geen vermogensbelasting over je pensioenpot.
  • Bij uitkering: je betaalt inkomstenbelasting over de uitkeringen. De bank of verzekeraar houdt die meteen in. Na je AOW-leeftijd is je tarief vaak lager dan tijdens je werkzame jaren.

Spaarlijfrente, beleggingslijfrente of lijfrenteverzekering?

SpaarlijfrenteBeleggingslijfrenteLijfrenteverzekering
Hoe het werktJe spaart tegen een rente op een geblokkeerde rekeningJe inleg wordt belegd in een fondsJe bouwt een bedrag op bij een verzekeraar
RendementLaag, maar zekerMogelijk hoger, niet gegarandeerdAfhankelijk van product en kosten
GarantieDepositogarantie tot € 100.000 per bankGeen depositogarantieGeen depositogarantie
Levenslang uitkerenNeeNeeJa, mogelijk
Bij overlijdenSaldo gaat meestal naar je erfgenamenSaldo gaat meestal naar je erfgenamenUitkering stopt vaak, tenzij je iets extra's regelt

Spaarlijfrente

Eenvoudig en overzichtelijk: je ziet precies wat je hebt. Het nadeel is dat je pot langzaam groeit. Bij hoge inflatie kan je spaargeld zelfs minder waard worden.

Beleggingslijfrente

Op de lange termijn leverde beleggen historisch meer op dan sparen, maar je kunt ook verlies lijden. Veel aanbieders verlagen het risico automatisch naarmate je pensioendatum dichterbij komt. Dat heet lifecycle beleggen.

Lijfrenteverzekering

Hiermee kun je kiezen voor een levenslange uitkering, ook als je heel oud wordt. Dat kan alleen via een verzekeraar. Let wel op de kosten: die drukken je rendement.

Pensioenrekening-aanbieders vergelijken?

Vul onze Pensioenvergelijker in. Je beantwoordt vier vragen en krijgt een pensioenberekening van de drie aanbieders die het best bij je passen.

Stakingslijfrente: voor ondernemers die stoppen

Verkoop of stop je je onderneming, dan kun je een deel van de stakingswinst omzetten in een stakingslijfrente. Je betaalt dan niet direct belasting over die winst, maar pas als de lijfrente wordt uitgekeerd. Er gelden wel strikte voorwaarden, bijvoorbeeld voor wanneer en hoe de uitkering ingaat.

De uitkeringsfase: wanneer en hoe krijg je je geld?

Voordat de uitkering begint, kies je wanneer die ingaat, hoe lang je uitkeringen krijgt, hoe vaak, en bij welke bank of verzekeraar.

  • Wanneer: de meeste mensen laten de uitkering ingaan rond hun AOW-leeftijd. Eerder kan ook, maar dat heeft gevolgen voor de belasting. Uiterlijk moet de uitkering beginnen in het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. Sinds 2026 geldt dat voor alle soorten lijfrente, ook voor de verzekering.
  • Bankspaarrekening of beleggingsrecht: je pot wordt verdeeld over een vaste periode, bijvoorbeeld 10 of 20 jaar.
  • Lijfrenteverzekering: je kunt kiezen voor een levenslange uitkering.

Kun je je lijfrente afkopen?

Ja, maar dat is bijna altijd duur. Bij afkoop wordt het hele bedrag in één keer belast in box 1, tegen een tarief tot 49,5%. Is de afkoopsom hoger dan € 5.513, dan betaal je daarnaast meestal revisierente: maximaal 20% van de afkoopsom. Voor lijfrentes uit het zogenoemde oude regime geldt geen revisierente. Bereken het vooraf met de uitleg van de Belastingdienst over afkoop.

Twijfel je? Laat je adviseren

Vooral rond de uitkeringsfase zijn er veel keuzes die je maar één keer maakt. Laat je dan adviseren door een financieel adviseur. Wil je eerst zelf weten waar je staat? Reken je ruimte uit met het hulpmiddel van de Belastingdienst en vergelijk pensioenrekeningen.