Btw-aanslag straks alleen nog digitaal? Zo voorkom je een gemiste deadline

De Belastingdienst gaat berichten over de btw als eerste categorie digitaal aanbieden. Ondernemers krijgen daarbij zelf de keuze: wie dat wil, ontvangt btw-berichten straks alleen nog digitaal via Mijn Belastingdienst Zakelijk, maar de vertrouwde blauwe envelop blijft gewoon een optie voor wie op papier wil blijven communiceren. De fiscus verstuurt nu nog zo’n 125 miljoen brieven per jaar en werkt stap voor stap toe naar meer digitale correspondentie; sinds eind 2025 kun je als burger of zzp’er al kiezen voor alleen digitale post over de inkomstenbelasting. Wanneer de digitale btw-post precies beschikbaar komt, heeft de Belastingdienst nog niet gemeld. Dat hangt af van technische en organisatorische stappen, zoals training van medewerkers en het goed doorzoekbaar en archiveerbaar maken van digitale berichten.

Wat betekent dit voor jou?

Kies je straks voor digitale btw-post, dan moet je Mijn Belastingdienst Zakelijk regelmatig checken. Een brief die je nu op de deurmat krijgt, valt dan niet meer op als hij binnenkomt. Werk je met een boekhouder of administratiekantoor dat namens jou de btw-aangifte regelt, bespreek dan wie voortaan de digitale post in de gaten houdt, zodat een belangrijk bericht niet onopgemerkt blijft liggen. Voel je je prima bij papier, dan hoef je niets te doen: de blauwe envelop verdwijnt voorlopig niet.

Advies van De Zaak: Wacht niet tot de digitale btw-post automatisch verplicht wordt, maar bepaal nu al zelf wat voor jou werkt: kies je voor digitaal, zet dan een terugkerende check van Mijn Belastingdienst Zakelijk in je agenda (bijvoorbeeld wekelijks rond je btw-periode), zodat je nooit een deadline mist die eerder via de post kwam. Twijfel je, dan is niets doen ook een keuze. Je blijft dan gewoon de blauwe envelop krijgen totdat je zelf overstapt.

Lees ook: Checklist btw-aftrek: wat mag wel en wat mag niet?

Dga met schuld aan je bv? Zo voorkom je box 2-heffing vóór dit jaar

Dga’s die meer dan € 500.000 bij hun eigen bv hebben geleend, krijgen ook dit jaar te maken met de regeling excessief lenen: op 31 december 2026 toetst de Belastingdienst opnieuw hoe hoog die schuld is. Zit je boven de grens, dan wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2 (24,5% tot € 68.843, daarboven 31%) en daarbij telt niet alleen jouw eigen lening, maar ook die van je fiscale partner en bepaalde verbonden personen mee. Heb je in een eerder jaar al over een deel van de schuld belasting betaald, dan schuift je persoonlijke drempel mee omhoog: leende je eind 2025 bijvoorbeeld € 600.000, dan ligt je effectieve grens voor 2026 ook op dat bedrag, en volgt er alleen opnieuw heffing als de schuld daarboven uitkomt. Rechtbank Den Haag oordeelde afgelopen juli nog dat deze heffing niet in strijd is met het EVRM, dus juridisch blijft de regeling voorlopig gewoon overeind.

Wat betekent dit voor jou?

Verwacht je dat je schuld aan je bv eind dit jaar boven de € 500.000 uitkomt (of boven je eigen, hogere drempel als je al eerder hebt afgerekend), dan is nu het moment om in actie te komen. 31 december is een harde peildatum, geen geleidelijk proces. Heb je privémiddelen achter de hand, dan kun je daarmee aflossen; herfinanciering bij de bank of het verkopen van privébezittingen kan ook ruimte bieden, al brengt dat laatste vaak overdrachtsbelasting met zich mee. Blijft je lening onder de grens, vergeet dan niet dat ook die nog steeds zakelijk vormgegeven moet zijn, met een zakelijke rente en afspraken die je ook echt naleeft.

Advies van De Zaak: Zet nu, ruim vóór 31 december, je actuele schuldpositie aan je bv op een rijtje en reken door of je onder de (eventueel opgeschoven) drempel blijft. Kom je er bovenuit, bekijk dan welke aflosroute de minste bijkomende kosten (zoals overdrachtsbelasting) met zich meebrengt, want in december is er waarschijnlijk geen ruimte meer om nog iets te regelen.


Zzp’er onder de 38 euro? Vanaf 31 december keert de bewijslast om

Op 31 december 2026 treedt de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief in werking; de invoerdatum is deze zomer vastgelegd in een apart besluit, nadat de wet zelf al eerder was gepubliceerd. De wet regelt dat wie tegen een uurtarief onder een bepaalde drempel voor een zakelijke opdrachtgever werkt, zich tegenover die opdrachtgever, en zo nodig bij de rechter, kan beroepen op het vermoeden dat er eigenlijk een arbeidsovereenkomst bestaat. Het bijzondere zit in de bewijslast: die draait erom dat niet de werkende moet aantonen dat hij werknemer is, maar dat de opdrachtgever juist moet aantonen dat dat niet zo is. Slaagt de opdrachtgever daar niet in, dan gelden alle werknemersrechten, van loondoorbetaling bij ziekte tot ontslagbescherming, en dat geldt ook voor opdrachten die op dat moment al lopen. De drempel ligt wettelijk op € 36 per uur en wordt jaarlijks bijgesteld; het bedrag van € 38 dat al langer de ronde doet, is de bijgestelde waarde voor begin 2026, en het uiteindelijke bedrag per 31 december kan daar nog van afwijken.

Wat betekent dit voor jou?

Werk je zelf als zzp’er: Reken je een uurtarief rond of onder die grens aan zakelijke opdrachtgevers, dan sta je vanaf 31 december in een sterkere positie om aanspraak te maken op een arbeidsovereenkomst, ook bij een opdracht die dan al loopt. Werk je uitsluitend voor particuliere klanten, dan raakt deze wet je niet.

Werk je met zelfstandigen: Huur je zzp’ers in tegen een tarief dat in de buurt van de drempel komt, dan moet je vanaf 31 december zelf kunnen aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is, in plaats van dat de zelfstandige dat moet weerleggen. Zit het tarief boven de drempel, dan ben je niet automatisch veilig: de gewone toetsing van de arbeidsrelatie (gezag, vervangbaarheid, ondernemersrisico) blijft gewoon gelden.

Advies van De Zaak: Werk je met zelfstandigen tegen een tarief dat in de buurt van de drempel kan komen, leg dan nu al vast waaruit de zelfstandigheid van die samenwerking blijkt (eigen bedrijfsvoering, geen gezagsverhouding, vervangbaarheid), zodat je na 31 december niet ineens met de bewijslast blijft zitten. Werk je zelf als zzp’er tegen een laag tarief en twijfel je over je positie? Bepaal dan nu al of je die relatie liever als arbeidsovereenkomst erkend wilt zien, zodat je vanaf de inwerkingtreding weet welke stap je eventueel wilt zetten.


Inflatie stijgt naar 3,2 procent: brandstof en energie duwen de prijzen omhoog

De inflatie in Nederland is in juli gestegen naar 3,2 procent, meldt het CBS, tegen 2,9 procent in juni. De stijging komt vooral op het conto van de motorbrandstoffen, die 22,0 procent duurder waren dan een jaar eerder (in juni was dat nog 17,3 procent), en van energie, die na maanden van prijsdalingen in juli weer 1,1 procent duurder uitpakte dan een jaar eerder. Ook de uitgebreide invoerrechten op consumentengoederen van buiten de EU werkten prijsverhogend. Huisvesting werkte juist dempend: de huurstijging vlakte af van 4,7 naar 4,3 procent op jaarbasis. Vergeleken met de eurozone (waar de inflatie volgens de Europees geharmoniseerde meting van 2,8 naar 2,9 procent steeg) loopt de prijsstijging in Nederland dus harder op, vooral door hogere diensteninflatie.

Wat betekent dit voor jou?

Koop je zelf veel brandstof of energie in voor je bedrijf (transport, verwarming, machines), dan voel je deze prijsstijging inmiddels direct in je kostprijs, en die stijging versnelt nog. Werk je met langlopende contracten of prijsafspraken met klanten, dan is dit een goed moment om te checken of je eigen tarieven de gestegen inkoopkosten nog wel dekken. Verwacht je dat je personeel om loonstijgingen op basis van deze inflatie gaat vragen, houd er dan rekening mee dat deze 3,2 procent hoger ligt dan de laatste maanden en dat cao-onderhandelingen daar vermoedelijk op in gaan spelen.

Advies van De Zaak: Loop je vaste lasten (energie, brandstof, transport) na en reken door wat een aanhoudende inflatie van boven de 3 procent voor je marges betekent als je je eigen prijzen niet aanpast. Heb je jaarlijkse prijsherzieningen met klanten of leveranciers, gebruik deze cijfers dan als onderbouwing in dat gesprek, in plaats van pas te reageren zodra de marge al onder druk staat.

Bron: CBS – Inflatie stijgt in juli naar 3,2 procent

Zomertip van De Zaak: zo pak je na de vakantie soepel de draad weer op

Kom je deze weken terug van vakantie, dan wacht er waarschijnlijk een overvolle inbox en een planning die intussen is doorgelopen. Voorkom dat je de eerste dagen alleen maar brandjes blust: begin niet met je mail chronologisch uit te pluizen, maar sorteer eerst grofweg op urgentie (klant, deadline, factuur) voordat je ergens op reageert. Blok je eerste ochtend terug bewust vrij voor het opruimen van je inbox en het bijwerken van je planning, in plaats van meteen een volle agenda te accepteren. Plan die dag ook niet meteen vol met afspraken, zodat je zelf de regie pakt in plaats van vanaf minuut één weer volledig reactief te werken. Dat voorkomt dat de rust van de vakantie binnen één dag weer verdampt.

Belangrijke data voor ondernemers

  1. 11 juli t/m 23 augustus:
    • zomervakantie scholen regio zuid
  2. 18 juli t/m 30 augustus:
    • zomervakantie scholen regio midden
  3. 3 augustus t/m 21 augustus:
    • bouwvak regio midden
  4. 31 augustus:
    • uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand juli 2026
    • uiterste datum aanvragen toeslagen 
  5. 12 september:
    • uiterste datum aan- of afmelden Kleineondernemersregeling (KOR) per vierde kwartaal
  6. 15 september:
    • prinsjesdag
  7. 30 september:
    • uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand augustus 2026
    • uiterste datum tekenen en registreren intentieverklaring voor geruisloze inbreng onderneming in bv
    • uiterste datum oprichten bv met ruisende inbreng