Box 3-teruggaaf: Q&A Belastingdienst uitgebreid — dit moet je nu checken
De Belastingdienst heeft de Q&A over het ‘Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) box 3’ geüpdatet. Handig als je spaart, belegt of vastgoed in box 3 hebt en je werkelijk rendement (in plaats van het fictieve) wilt laten meenemen. In de nieuwste versie is o.a. verduidelijkt:
- Waardering van onroerend goed in box 3 (verhuurd vs. niet-verhuurd, leegwaarderatio, investeringen/onderhoud, WOZ-waardes bij aankoop/verkoop in de loop van het jaar).
- Belastingrente: wanneer krijg je die aan je broek en wat kun je doen om dat te voorkomen.
- Praktische situaties met bank- en beleggingsrekeningen, buitenlandse bronbelasting, crypto en gezamenlijke eigendom.
De volledige Q&A vind je hier.
Waarom nu handelen?
Omdat je termijnen lopen zodra je een brief krijgt over het OWR. En omdat verkeerde of onvolledige waarderingen — zeker bij vastgoed — je teruggave kunnen drukken of je juist belastingrente kunnen opleveren.
Advies van De Zaak: Begin op tijd: verzamel je gegevens, check alleen de Q&A-onderwerpen die op jouw situatie slaan en lever het formulier binnen de termijn in. Twijfel je over de waardering van je woning of beleggingen? Laat je regeling even toetsen — een korte check nu voorkomt een dure correctie later.
Investeer je in onderhoud van vastgoed? Vanaf 2026 tot 5 jaar btw-controle
Vanaf 1 januari 2026 verandert de btw-behandeling van grote werkzaamheden aan onroerend goed. Waar nu nog geldt dat je de btw-aftrek na het jaar van ingebruikname niet meer hoeft aan te passen, komt er straks een herzieningsperiode van 5 jaar voor investeringsdiensten.
Dat betekent dat de Belastingdienst tot vier jaar ná het jaar van ingebruikname kijkt of je investering nog steeds in dezelfde mate voor btw-belaste activiteiten wordt gebruikt. Verandert dat gebruik met meer dan 10%? Dan moet je de eerdere btw-aftrek deels terugbetalen of juist extra aftrekken.
Onder investeringsdiensten vallen grote werkzaamheden van minimaal € 30.000 (excl. btw) aan gebouwen of terreinen die meerdere jaren voordeel opleveren, zoals:
- renovatie of verbouwing, inclusief sloopwerk dat daarbij hoort
- onderhoud of herstel, zoals schilderwerk of dakrenovatie
- vaste installaties zoals leidingen, verwarmingssystemen of keukens die onderdeel van het pand worden
Advies van De Zaak: Check bij elke grote verbouwing of investering of deze onder de nieuwe regels gaat vallen. Houd de verhouding tussen btw-belast en vrijgesteld gebruik van je pand goed bij in je administratie — zo voorkom je nare verrassingen bij de herziening vanaf 2026. Meer weten? Lees ons artikel: Wanneer moet je de btw herzien? Zo zit het.
Beleggen in een vakantiewoning? Vanaf 2026 fors hogere lasten
De afgelopen jaren was beleggen in een vakantiehuisje en verhuren een slimme manier om rendement te maken. Maar let op: vanaf 2026 veranderen de fiscale spelregels in box 3 ingrijpend. De Belastingdienst gaat dan niet langer uit van een fictief rendement, maar van het werkelijke rendement: de echte huuropbrengsten minus kosten. Dat klinkt eerlijker, maar pakt in de praktijk voor veel eigenaren ongunstig uit.
Het forfaitaire rendement stijgt bovendien van 5,88% naar 7,77%, terwijl het heffingsvrije vermogen daalt naar ongeveer €51.000 per persoon. De effectieve belastingdruk komt daarmee uit op zo’n 2,8% van de WOZ-waarde. Tel daarbij op dat ook eigen gebruik wordt gezien als economische huur, en het rendement op een vakantiewoning zakt snel weg.
Daar blijft het niet bij: het kabinet wil het btw-tarief op logies verhogen van 9% naar 21%, en steeds meer gemeenten beperken verhuur via platforms als Airbnb. Kortom: hogere lasten, strengere regels en meer onzekerheid. Zo wordt beleggen in een vakantiewoning vanaf 2026 minder aantrekkelijk.
Advies van De Zaak: Overweeg zorgvuldig of een vakantiewoning nog past in je beleggingsstrategie. Reken het nog eens goed door, inclusief eigen gebruik en toeristenbelasting, en vergelijk alternatieven zoals zakelijk vastgoed of beleggingsfondsen. Zo voorkom je dat je investering straks meer kost dan oplevert.
Werken aan AI-geletterdheid binnen je bedrijf verplicht
Organisaties die AI gebruiken, moeten vanaf 2026 actief investeren in AI-geletterdheid: de kennis en vaardigheden van medewerkers om bewust en veilig met AI-systemen te werken. Dat staat in de Europese AI-verordening (AI Act), die werkgevers verplicht om ‘zoveel mogelijk te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid,’ bij iedereen die met AI werkt – ook bij zzp’ers.
De verplichting geldt al sinds 2 februari 2025, maar heeft tot nu toe nog geen consequenties. Dat kan zomaar veranderen dus zet AI-geletterdheid zeker op de agenda voor komend jaar.
Nieuwe handreiking
Om bedrijven daarbij te helpen, publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een nieuwe handreiking: Verder bouwen aan AI-geletterdheid. Deze vult de eerdere gids Aan de slag met AI-geletterdheid aan met praktijkvoorbeelden en een helder stappenplan om AI-kennis structureel te ontwikkelen. De AP benadrukt dat AI-geletterdheid niet alleen verplicht is, maar ook bijdraagt aan innovatie, efficiëntie en risicobeheersing.
Uit onderzoek van vacaturesite Indeed blijkt dat bijna 30% van de werkgevers medewerkers actief stimuleert om AI te gebruiken. Toch zegt een derde van de werknemers dat ze de met AI gewonnen tijd vooral aan privézaken besteden. Zonder duidelijke kaders kan de productiviteitswinst dus tegenvallen.
Advies van De Zaak: Werk je met AI-tools of overweeg je dat te doen? Begin met een intern plan voor AI-geletterdheid: bepaal wie er met AI werkt, welke risico’s er zijn en hoe je kennis opbouwt. Combineer scholing met duidelijke richtlijnen over gebruik en resultaat. Zo voldoe je niet alleen aan de AI Act, maar haal je ook écht meer uit de technologie.
Belangrijke data voor ondernemers
- 21 november: Dag van de Ondernemer
- 30 november: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand oktober 2025
- 2 december: laatste dag om aan te melden voor de KOR als die vanaf 1 januari 2026 moet ingaan
- 20 december t/m 4 januari 2026: kerstvakantie
- 25 en 26 december: eerste en tweede kerstdag
- 31 december: uiterste deponeringsdatum jaarrekening 2024
- 31 december: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand november 2025
- 31 december: peildatum rekening-courant maatregel