Een werknemer kost meer dan het maandelijks brutosalaris. Je krijgt als werkgever te maken met sociale toeslagen, vakantiegeld, premie volksverzekeringen, cao-afhankelijke bijdragen en meer. Ook wel werkgeverslasten genoemd. In dit artikel leggen we uit met welke werkgeverslasten je te maken krijgt en hoe je ze berekent.

Op Prinsjesdag 2026 werden de eerste cijfers voor 2027 bekend. Dit staat al vast:

  • Aof-premie: stijgt voor kleine werkgevers van 6,27% naar 6,67%, en voor grote werkgevers van 7,63% naar 8,03%.
  • Werkkostenregeling: de vrije ruimte gaat omhoog van 2% naar 2,16% over de eerste € 400.000 van de loonsom (het percentage over het meerdere blijft 1,18%).
  • Auto van de zaak: vanaf 2027 geldt een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde voor werknemers die ook privé in een fossiele leaseauto rijden. Dit is een nieuwe kostenpost die in 2026 nog niet bestond.
  • Whk-premie: gaat in 2027 omhoog, omdat de WGA-uitkeringslasten zijn gestegen. Het exacte percentage is nog niet definitief vastgesteld.

De overige premies (WW/Awf, AOW, ANW, Zvw, het maximumpremieloon) worden zoals gebruikelijk pas eind 2026 definitief bekendgemaakt via de Nieuwsbrief Loonheffingen van de Belastingdienst. We actualiseren dit artikel zodra die cijfers bekend zijn. Let op: het Belastingplan 2027 moet ook nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld, dus deze cijfers staan nog niet volledig vast.

Werkgeverslasten uitgelegd

Werkgeverslasten zijn de kosten die jij als werkgever betaalt bovenop het brutoloon. In het algemeen komen deze lasten in Nederland neer op 20 tot 35 procent van het brutosalaris.

Verschillende soorten werkgeverslasten

Er zijn meerdere soorten werkgeverslasten: vaste (verplichte kosten) en aanvullende (facultatieve kosten) werkgeverslasten. Bij elkaar opgeteld kom je uit op de totale werkgeverslasten. We leggen per categorie uit hoe het met de vaste werkgeverslasten en aanvullende werkgeverslasten zit en wat eronder valt.

  1. Vaste werkgeverslasten: directe loonkosten en ingehouden loonheffingen
  2. Aanvullende werkgeverslasten: indirecte loonkosten
  3. Onbelaste vergoedingen

1. Vaste werkgeverslasten

Een deel van de lasten zijn verplichte kosten bedoeld voor werkgevers. Dit zijn de vaste werkgeverslasten. De werkgever moet deze lasten inhouden op het loon van de medewerkers, minus afdrachtvermindering loonbelasting. Vervolgens betaal je deze werkgeverslasten aan de Belastingdienst in de loonaangifte. De kosten die hieronder vallen zijn:

Vakantiegeld

Het vakantiegeld bedraagt meestal 8 procent van het bruto jaarsalaris. In dit artikel leggen we uit hoe het uitbetalen van vakantiegeld werkt en hoeveel je ervoor moet reserveren.

De loonheffing bestaat uit:

  • De loonbelasting houdt de werkgever in op het brutoloon van de werknemers en draagt dit af aan de Belastingdienst.
  • De premie volksverzekeringen bestaat uit de AOW (Algemene Ouderdomswet), ANW (Algemene nabestaandenwet) en de WLZ (Wet langdurige zorg). Als werkgever houd je de premie AOW, ANW en WLZ in op het loon van de werknemer en die draag je af aan de Belastingdienst.

Premie werknemersverzekeringen

Hieronder vallen de WW (Werkloosheidswet), WAO (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering), WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) en de ZW (Ziektewet). Als werkgever betaal je de premie voor de werknemersverzekeringen.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)

De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betaal je voor medewerkers in loondienst. De directe loonkosten zijn voor de werknemer het meest zichtbaar. Dit zijn de kosten die op de loonstrook gespecificeerd zijn.

Als je met uitzendkrachten werkt, hoef je als bedrijf geen loonheffingen te betalen. Dit regelt het uitzendbureau. Uiteraard wordt deze ingehouden loonheffing wel als werkgeverslasten aan je doorberekend.

2. Aanvullende werkgeverslasten

De aanvullende werkgeverslasten bestaan uit indirecte kosten en komen bovenop de directe loonkosten. Aangezien dit om de aanvullende secundaire arbeidsvoorwaarden gaat, verschilt dit per branche, werkgever en bedrijf. Een en ander is ook vaak bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Een kleine werkgever zal vaak minder ruimte hebben voor indirecte loonkosten als:

3. Onbelaste vergoedingen

Niet alle vergoedingen die je aan het personeel uitkeert, zijn belast met loonbelasting. Hiervoor geldt de werkkostenregeling (WKR).

Dit zijn zaken waar werknemers naar kijken en ze zien dit vaak als extra arbeidsvoorwaarden. In dit artikel leggen we uit hoe je als ondernemer de werkkostenregeling kunt gebruiken.

Zaken die je als werkgever binnen de werkkostenregeling onbelast mag vergoeden zijn bijvoorbeeld:

  • Opleiding, training en studiekosten
  • Kerstpakketten
  • Bedrijfslunches
  • Reiskostenvergoeding
  • Thuiswerkvergoeding

Werkgeverslasten in 2026: actuele premies

Premies werkgeverslasten 2026

2026
Premie2026
WW-premie (AWf) laag, bij een vast contract2,74%
WW-premie (AWf) hoog, bij een flexibel contract7,74%
Aof-premie, kleine werkgever6,27%
Aof-premie, middelgrote en grote werkgever7,63%
Opslag kinderopvang (Wko)0,50%
Werkgeversheffing Zvw6,10%
Ufo-premie, alleen voor overheidswerkgevers0,68%
Gedifferentieerde premie WhkPer werkgever; staat in je beschikking van de Belastingdienst
Maximumpremieloon per werknemer per jaar€ 79.409

Je betaalt de premies over het loon tot het maximumpremieloon; over het deel daarboven niet. Of je een kleine, middelgrote of grote werkgever bent hangt af van je premieloonsom in 2024, afgezet tegen het gemiddelde premieloon van € 43.300: klein tot en met € 1.082.500, middelgroot tot en met € 4.330.000, groot daarboven. De vrije ruimte in de werkkostenregeling is 2% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% over het meerdere.

De Aof-premie in de opsomming hieronder is verouderd: voor 2026 is die 6,27% en 7,63%. Houd de cijfers in deze kaart aan.

Bron: Belastingdienst, bijlage bij de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026, gecontroleerd op 2 september 2026

  • WW-premie (Awf): Werkgevers met vaste contracten betalen 2,74%, werkgevers met flexibele contracten 7,74%.
  • Aof-premie (algemeen fonds voor werknemersverzekeringen): Kleine werkgevers betalen 6,27% en grote werkgevers 7,63%.
  • AOW-premie: 17,9%
  • ANW-premie: 0,1%
  • De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw: 6,10% (en 4,85%: deze lage premie geldt alleen voor zelfstandigen en gepensioneerden).
  • De premie voor de Werkhervattingskas (Whk), waaruit de uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en uitkeringen op grond van de Ziektewet (ZW) worden betaald, is 1,52%.
  • Voor 2026 is de vrije ruimte in de werkkostenregeling 2% voor de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,18% voor het deel daarboven.
  • Het maximumpremieloon, waarover werkgevers premies moeten betalen, is € 79.409 per jaar.
  • De vergoeding voor werkgeverslasten bij loonkostensubsidie is 25%.

Kleine, middelgrote en grote werkgevers

Elke werkgever wordt ingedeeld in een klasse afhankelijke omvang van de totale loonsom. Die wordt berekend aan de hand van het aantal werknemers en het gemiddelde premieplichtige loon. Voor 2026 is dit € 43.300.

  • Kleine werkgevers: premieplichtige loonsom kleiner dan of gelijk aan € 1.082.500
  • Middelgrote werkgevers: premieplichtige loonsom tussen € 1.082.500 en € 4.330.000.
  • Grote werkgevers: premieplichtige loonsom groter dan € 4.330.000.

Werkgeverslasten berekenen

Kosten van een werknemer

2026

Bereken wat één werknemer je per maand en per jaar kost, met je eigen percentages en vaste posten.

De tool reserveert dit bedrag per maand.

Kies het percentage uit je eigen loonberekening; dit verschilt per situatie.

Bijvoorbeeld reiskosten, apparatuur, verzekering of opleiding.

Totale kosten

€ 4.935

€ 59.220 per jaar bij twaalf salarismaanden

Brutoloon€ 3.500
Vakantiegeld gereserveerd€ 280
Werkgeverslasten€ 805
Pensioen en overige kosten€ 350

Dit is een raming. Premies, pensioen, cao, verlof, ziekte, apparatuur en opleiding verschillen per werkgever en contract. Controleer je percentages bij je salarisadministrateur of pensioenuitvoerder.

Rekenen gebeurt in je browser; wat je invult versturen we niet. Deze rekentool op een eigen pagina

De kosten berekenen doe je door het loon van alle werknemers van een heel kalenderjaar bij elkaar op te tellen. Hierbij maakt het soort contract niet uit. Als je alles bij elkaar optelt, is het bedrag onderaan de streep de totale werkgeverslasten.

Ook personeel dat slechts een deel van het jaar heeft gewerkt telt mee bij het berekenen van werkgeverslasten (met uitzondering van uitzendkrachten). Het gaat om de volgende kosten:

  • Bruto salaris
  • Vakantietoeslag
  • Bonussen
  • Reiskosten- en thuiswerkvergoedingen
  • Totale bedrag aan loonheffingen

Voorbeeld: berekening loonkosten en werkgeverslasten

Een medewerker met een vast contract werkt 40 uur per week en verdient € 2.800 bruto per maand.

Bruto loon

  • Bruto jaarsalaris: € 33.600
  • Vakantiegeld (8%): € 2.688
  • Dertiende maand: € 2.800 (alleen als dit is afgesproken)

Pensioen

De pensioenregeling is cao-afhankelijk en niet verplicht. In dit voorbeeld:

  • Franchise: € 15.000
  • Pensioengrondslag: € 18.600
  • Werkgeversbijdrage 10%: € 1.860

Werkgeverspremies

  • Werknemersverzekeringen (WW, WIA, Whk e.d.): circa 10% over loon + vakantiegeld
    € 3.630
  • Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2026 (6,10%): € 2.050

Totale loonkosten

Post

Bedrag

Bruto loon

€ 33.600

Vakantiegeld

€ 2.688

Dertiende maand

€ 2.800

Pensioen

€ 1.860

Werknemersverzekeringen

€ 3.630

Zvw

€ 2.050

Totaal

€ 46.628

Werkgeverslasten

  • Inclusief pensioen en 13e maand: circa 39%
  • Exclusief pensioen en 13e maand: circa 27%

Dit is een indicatief voorbeeld. De werkelijke loonkosten verschillen per cao, sector en werkgever.