Werkgevers kunnen wat meevallers tegemoet zien dit jaar: een aantal premies daalt en de crisisheffing is afgeschaft. Door het stelsel van arbeids- en heffingskortingen moeten werkgevers echter rekening houden met meer administratieve lasten. Dat blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP.
Volgens ADP moet de belasting steeds vaker via de inkomstenbelasting worden gecorrigeerd. Dat leidt tot meer administratieve lasten bij werkgevers en werknemers, maar ook bij de Belastingdienst. ‘Iedereen die minder verdient dan 19.462 euro per jaar moet volgend jaar extra alert zijn en belastingaangifte over 2015 doen’, aldus Dik van Leeuwerden, manager van het Kenniscentrum Wet- & Regelgeving bij ADP.

Oorzaak van dat vertekende beeld is de berekening van de arbeidskorting. In voorgaande jaren werd dit loon fictief verhoogd met 8 procent vakantietoeslag. Lonen lager dan 1500 euro per maand gaan er daardoor niet op vooruit. 
Bij lagere lonen wordt dus te weinig arbeidskorting verrekend, die pas met de aangifte IB in 2016 kan worden gecorrigeerd.

 
Minder vakantiegeld
Door de heffingskortingen, en dan met name de afbouw daarvan bij een hoger loon, dreigen misverstanden te ontstaan over wat een werknemer netto krijgt. Vanaf 2015 wordt ook bij bijzondere beloningen namelijk rekening gehouden met de afbouw van de heffingskortingen. “Dit moet voorkomen dat je na afloop van het jaar nog een bedrag moet bijbetalen of minder terug krijgt,” zegt Van Leeuwerden. “Maar het betekent wel dat de werknemers die het betreft, netto minder overhouden van bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld.”
 
Werkgevers moeten er rekening mee houden dat zij dat aan hun werknemers zullen moeten uitleggen. Volgens Van Leeuwerden is er eigenlijk sprake van ‘een belastingverhoging op bijzondere beloning’.
Onderstaande tabel maakt dat iets duidelijker. Tot een jaarloon van 19.823 euro is er weinig aan de hand. Wie meer verdient, betaalt over vakantiegeld, overwerk en bonussen nog eens extra (verrekenings & loonheffingskorting).
 
 
Jaarloon

Zonder loonheffings-
korting (in %)

Tarief
(in %)
Verrekenings &
loonheffingskorting (in %)
19.823 t/m 33.589
42
42
2,32
33.590 t/m 33.857
42
42
2,32
33.858 t/m 49.770
42
42
2,32
49.771 t/m 56.935
42
42
6,32
56.936 t/m 57.585
42
42
4,00
57.586 t/m 100.670
52
52
4,00

Bron: ADP

Dalende premies – Zorg & Welzijn uitzondering
Net als in 2014 daalt het bedrag dat werkgevers voor de ZVW moeten betalen (van 7,50 naar 6,95%). Ook de premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF) daalt voor alle werkgevers: van 2,15 procent naar 2,07 procent in 2015. De sectorpremies geven een wisselend beeld. De gemiddelde sectorpremie daalt van 2,68 procent naar 2,16 procent, maar de sectorpremies bij Zorg & Welzijn en Overheid stijgen fors. De sectoren Transport en Metaal & Techniek laten daarentegen juist een daling zien. 

De WIA basispremie stijgt voor alle werkgevers van 5,45 procent naar 5,75 procent. Dit is inclusief 0,5 procent opslag kinderopvang. De maximum premie stijgt van 2.802 euro naar 2.988 euro.


Netto loon ontwikkeling per sector (klik op de grafiek voor een vergroting)

 
Lees ook:


Dit verandert er in 2015 » 

– 
Maak een vergelijking tussen 2014 en 2015 (per sector in Excel) »
 
 
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…