Hogere belastingen en werkgeverspremies, nieuwe regels voor de auto van de zaak en minder fiscaal voordeel voor starters. Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de plannen voor 2027. Dit zijn de belangrijkste maatregelen voor ondernemers.
Inkomstenbelasting gaat omhoog in Belastingplan 2027
IB-ondernemers krijgen in 2027 te maken met hogere belastingtarieven. Het tarief voor de inkomstenbelasting in de eerste schijf stijgt van 35,70 naar 36,23 procent. Dit tarief geldt tot een inkomen van € 39.247. Het tarief in de tweede schijf gaat van 37,56 naar 38,16 procent, voor inkomens tussen € 39.247 en € 78.426. Daarboven blijft het tarief 49,50 procent.
Werkgeverspremies stijgen
Ook werkgevers krijgen hogere lasten. De Aof-premie stijgt voor kleine werkgevers van 6,27 naar 6,67 procent en voor grote werkgevers van 7,63 naar 8,03 procent. De gemiddelde rekenpremie voor de Werkhervattingskas (Whk) stijgt van 1,52 naar 1,67 procent. De Awf-premies blijven gelijk. De sociale premies zijn nog niet allemaal definitief.
Daar komen mogelijk hogere lonen bij. Het Centraal Planbureau verwacht dat de cao-lonen in 2027 gemiddeld met 3,8 procent stijgen.
WW en transitievergoeding uitgesteld
De geplande verkorting van de maximale WW-duur naar twaalf maanden wordt opnieuw uitgesteld, nu tot 1 januari 2029. Voorlopig blijft de maximale duur dus 24 maanden.
Ook de compensatie van de transitievergoeding blijft in 2027 bestaan. Het kabinet streeft nu naar afschaffing per 1 januari 2028, mogelijk in combinatie met een bredere hervorming van de transitievergoeding.
Meer vrije ruimte in de WKR
De vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) wordt groter. Over de eerste € 400.000 fiscale loonsom stijgt deze in 2027 van 2 naar 2,16 procent. Over het meerdere blijft het percentage 1,18 procent.
Daar staat tegenover dat de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten per 1 januari 2027 verdwijnt. Geef je werknemers korting op producten uit je eigen bedrijf? Dan kun je die korting eventueel nog onderbrengen in de vrije ruimte van de WKR.
Fossiele auto wordt duurder
Vanaf 2027 geldt een nieuwe pseudo-eindheffing voor fossiele auto's van de zaak die werknemers ook privé gebruiken. De werkgever betaalt 12 procent over de cataloguswaarde. Het kabinet stelt uitzonderingen voor, onder meer voor tijdelijke vervangende auto's en bepaalde lesauto's.
Voor elektrische auto's blijft nog één jaar een bijtellingsvoordeel bestaan. In 2027 geldt 20 procent bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22 procent over het meerdere. Vanaf 2028 geldt voor nieuwe elektrische auto's 22 procent over de hele cataloguswaarde.
Fiscaal voordeel starters verdwijnt
Het kabinet wil de startersaftrek en de willekeurige afschrijving voor starters per 2028 afschaffen. De startersaftrek voor ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering moet per 2029 verdwijnen. Startende ondernemers doen er daarom goed aan deze afbouw mee te nemen in hun financiële planning.
Fiscale maatregelen voor box 2 en box 3
Voor dga's blijven de box 2-tarieven 24,5 en 31 procent. De grens tussen beide tarieven stijgt in 2027 naar € 69.607. De grens voor excessief lenen bij de eigen bv blijft € 500.000. Wel worden de regels bij overlijden technisch aangepast.
In box 3 blijft het belastingtarief 36 procent. Het heffingsvrije vermogen stijgt naar € 60.098 per persoon.
WBSO blijft ongewijzigd
Voor innovatieve ondernemers verandert de WBSO niet. Het tarief in de eerste schijf blijft 36 procent en voor starters 50 procent. De eerste schijf loopt tot € 391.020. Daarboven geldt 16 procent.
AOW-leeftijd niet versneld omhoog
De voorgenomen snellere stijging van de AOW-leeftijd is van tafel. De bestaande koppeling aan de levensverwachting blijft gelden: voor ieder jaar dat de levensverwachting stijgt, gaat de AOW-leeftijd met acht maanden omhoog.
Meer aandacht voor gezond werken
Het kabinet wil meer inzetten op preventie, mentale gezondheid en duurzame inzetbaarheid. Zo wordt onderzocht of financiële prikkels werkgevers kunnen stimuleren om meer te investeren in het voorkomen van ziekte en uitval.
Let op: een deel van de maatregelen uit het Belastingplan 2027 is nog niet definitief. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten de wetsvoorstellen nog behandelen.




